Sint-Annakapel

ST-ANNAKAPEL
De Sint-Annakapel werd gebouwd in 1514-1522. en na de brand van 1862 herbouwd. Ze is van het hoogkoor gescheiden door een glazen wand, zodat ze dienst doet als winterkapel en gebruikt wordt voor de kindernevendiensten. Bij het binnenkomen links bemerken we het koorgestoelte in regencestijl, getekend door Baron Jean de Béthune d’Ydewalle en gemaakt door Jozef Lelan in 1898 en 1899: de twee delen werden later samengevoegd.

Boven het koorgestoelte hangt:

“Het Laatste Oordeel” (dagkant doek, 165 x 275 cm) is een schilderij van de Vlaamse school van het eerste kwart van de 17e eeuw, waarschijnlijk herkomstig van de Vierschaar die in het stadhuis was ondergebracht. Het centrale deel wordt beheerst door de “deësis”(voorspreking), die in talrijke voorstellingen van “Het Laatste Oordeel” voorkomt, en de Aartsengel Michael. Kristus zit op een regenboog, waaronder enkele passietuigen: Golgotakruis, lans, rietstok. Met rechterhand verwelkomt Hij (palmtak), met linkerhand straft Hij (zwaard). Iets lager, links, knielt 0.-L.-Vrouw, middelares bij haar Zoon. Rechts, op een wolk, knielt Sint-Jan-de-Doper. De apostelen zijn op de wolken rond Kristus vergaderd als rechters; er zijn nog twee niet geïdentificeerde, knielende heiligen. De aartsengel Michael, uitgebeeld als krijger en met kruisbanier, houdt Satan onder zijn voeten in bedwang. Links van de engelbewaarder roepen de gerechtigen de bescherming in van Maria. Rechts wordt de hel voorgesteld.door het hellemonster Leviathan, die de verdoemden verzwelgt. Op de compositie zijn voorts nog twee gevleugelde engelen afgebeeld, die de bazuin steken, om de doden op te wekken. De doden staan naakt op uit hun graven.

Tussen de biechtstoelen BS1 en BS2 vinden we muurgrisailles van J.Vanderplaetsen: ze vormen hier een Allerheiligenstoet die de kerkgeschiedenis omspant.
De twee biechtstoelen werden omstreeks 1900 in het atelier van de Kortrijkse beeldhouwer Jozef Lelan (1868-1953) uitgevoerd: beide hebben links en rechts een heiligenbeeld
Op de brandvensters onderscheiden we van links naar rechts
B1:S.Gertrudis en S.Celesta
B2:S.Barbara en S.Gudula
B3:S.Agatha, S.Begga, S.Martha en S.Lucia
B4:S.Paulus, S.Ludovicus, S.Johannes, S.Fernandus

B5:S.Thomas, S.Norbertus, S.Josue, S.Melchisedech
Naast een Madonnabeeld het antependium van het altaar en daarachter het pronkstuk van de kerk:
Heilige Geest triptiek
Koning Filips II schonk 15.000 gulden aan de Stad Kortrijk, te besteden aan de reparatie van de kerken en de kloosters, die zoals in talrijke plaatsen van de Zuidelijke Nederlanden door de godsdienstberoerten werden geteisterd. Van dit bedrag werd 1.000 gulden besteed voor het vervaardigen van de nieuwe altaartafel in de Sint-Maartenskerk. Bovendien had de koning al 3.000 gulden rechtstreeks aan de Sint-Maartenskerk geschonken. De Rijckere, die in 1561 vrijmeester werd van het Antwerpse Lukasgild en die daar met Marie Boots trouwde, werd in het najaar van 1585 naar Kortrijk ontboden om met de kerkmeesters van de Sint-Maartenskerk een overeenkomst te sluiten voor het schilderen van bovengenoemde altaartafel. Het gaat om de triptiek “Pinksteren”, zijn belangrijkste werk. Klik hier voor het contract.

Het centrale tafereel (dagkant paneel, 294 x 242 cm), een mooie, plastische kompositie, verbeeldt “De Nederdaling van de H. Geest over de Apostelen”. De rustige bevalligheid van de H. Maagd, met samengevouwen handen en een open boek op de knieën, is het middelpunt van de symmetrische samenhang. De apostelen, rond haar vergaderd, zijn voortreffellijk gedrapeerd, vooral de H. Johannes, op de voorgrond, is kunstig belicht. De apostelen zijn robuuste mannen; bijna allen dragen een baard, ze lijken ietwat op elkaar. De gelaatsuitdrukking is expressief maar beheerst. Zij zijn zich vroom bewust van wat er gebeurt en luisteren naar hun ziel. Het toneel speelt zich af in een hal in renaissancestijl, waarin een open boog de blik op een binnenplaats laat dringen. In de linker benedenhoek, op zitbank, lezen we: BERNARDVS RYCKER INVE. ET/ SOLVS PINXIT. A. D. 1587.

Het linker zijluik (dagkant paneel, 312 x 116 cm) stelt “De Schepping van de mens” voor. Op de voorgrond ligt Adam naakt uitgestrekt. God de Vader, met open armen en omringd door vier gevleugelde engelen, blaast de geest in het lichaam. Op de achtergrond ziet men een landschap met bomen, vijver en wilde dieren, waarover de mens zal regeren, zoals een olifant, luipaard, leeuw, kameel, struisvogel, etc. Op de buitenzijde is in grauwverf de “Salvator Mundi” geschilderd.
Het rechter zijluik (dagkant paneel, 312 X 116 cm) toont ons “Het doopsel van Kristus”. Kristus staat in de rivier de Jordaan, die verder in het bosrijke glooiende landschap slingert. Johannes laat het water over het hoofd neervloeien. Daarboven verschijnt de H.Geest in de gedaante van een duif.Achter Johannes twee gevleugelde engelen. Boven in de wolken, omgeven door driemaal drie gevleugelde engelenkopjes, verschijnt- in buste en omkranst door een lichtaureool- God de Vader, die zegenend op het toneel neerkijkt. Op de voorgrond van het schilderij bemerkt men witte bloemen, symbool van de zuivere ziel. Links, midden, op de oever lezen we:B.RYC. IN.ET/SOL.P.A.87. Op de buitenzijde staat in grauwverf de H.Martinus, die zijn mantel met een arme deelt.
De drieluik werd in april 2004 voorzien van een prachtige verlichting met spots:

naar Sint-Maartensparochie terug naar Sint-Maartenskerk