Rechter zijkoor

OLV HULP DER CHRISTENEN
Het centrale glasraam stelt een piëta (aflegging van Christus op schoot van Maria) voor.
Rechts daarvan 3 lancetbogen door firma Camilla Ganton-Defoin uit Gent met opschrift:
“Stabat Mater Dolorosa-juxta crucem lacrimosa
(de Moeder der Smarten stond te wenen bij het kruis)

Et tuam, ipsius animam pertransibit gladius (Luc.2,35)
(Ook door uw ziel zal een zwaard gaan)

Magna lut mare contritio tua Jeremias Jerusalem (Thren 2,13)
(Uw wonden zijn groot als de zee, Jeruzalem)

Linksonder het wapenschild “Et tout bien et tout droit” van de schenker “gratiando actionem dmus Ernestus Goethals usque uxor Magdalena Mols 9 7bre 1924”

De rechter ramen bevonden zich vroeger in de rechterzijbeuk en werden naar hier overgeplaatst in de jaren 1950. Ze waren oorspronkelijk in 1 brandvenster, gemaakt door J.Casier uit Gent en betaald met geld aan de deken gegeven (rond 1900) door Grootjuffrouw Clementia Ludovica Hiers ter nagedachtenis aan haar ouders. Haar vader heette Karel, haar moeder Maria. Haar vader was apotheker, vandaar Cosmas en Damiaan. We zien van links naar rechts Maria (Sancta Mater Dei- Heilige Moeder Gods) en St.Ludovicus rex, S.Cosmas en Damianus, S.Begga en Elisabeth, paus Clemens (pont.max) en S.Carolus Borromeus De ramen werden in 1924 door J.Casier hersteld voor 10500 fr

Op het altaar in wit en zwart marmer met verguld koperwerk (Peeters, Antwerpen, ca.1880) staat
‘auxilium christianorum ora pro nobis’ (hulp der christenen, bid voor ons).
Op het antependium Maria-taferelen, geduid met de schriftteksten in het Latijn:
Joachim en Anna brengen Maria naar de tempel(Onus pars hereditatis meae)
Huwelijk van Jozef en Maria (Joseph autem vir ejus)
Boodschap (Ave Maria gratia plena)

Rond het altaar enkele van de vele muurgrisailles in de hele voorkerk, werk van J.Van der Plaetsen (Gent, 1885-87) en voltooid door Edw.Messeyne (Kortrijk) De schilderingen meten in de absis elk 300*140 cm en op de noordmuur 420*140 cm. Zij werden aangebracht op een gepleisterde wand. Het stratigrafisch onderzoek toont bovendien aan dat de latere schildering van Messeyne werd toegevoegd over een bestaande eenvoudige muurafwerking in de vorm van een imitatieve steenschildering (okerige voegaanduiding). Het pleisterwerk heeft gemiddeld een dikte van 15 mm en bestaat uit een buinere raaplaag waarin plantaardige vezels en een bedekkende witlaag met dierlijke vezels van ca.2 mm. Deze vezels geven aan het geheel een zeer taaie samenhang. De verflaag bestaat uit een basislaag van dik, met de tamponeerborstel bewerkt (lood?)wit die over de gehele oppervlakte werd aangebracht. Het is deze laag die aan het geheel zijn typische gegraineerde factuur geeft. Hierop werden de figuren uitgelijnd en van een dunne grijsgroenige glacis (olie+transparant vernis+droogsel+ verf: geeft transaprante kleur) voorzien. De achtergrond daarentegen werd overdekt met een opake olijfkleurige verf. De figuren werden met roestbruinkleurige verf op een zeer lineaire aan de houtsnede of zelfs aan de s’grafitto herinnerende wijze aangeduid. De achtergrond werd mits het sjabloneren van een mengeling voorzien van vergulde repetitieve motieven. De grisailles tonen van links naar rechts
Vado ad patrem (Joh 16,10)
Ik ga heen naar de Vader
In hereditate Domini morabor (Eccl.24,11)
Ik zal sterven als erfgenaam van de Heer
Invenierunt infantem positum in praesepio (Luc.2,1)
Ze vonden het kind gelegen in een voerbak
De spreuk ‘Gloria in excelsis deo, pax in terra hominibus bonae voluntatis’ (eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan alle mensen van goede wil) daalt uit de hemel neer. Getekend E.Messeyne 1889
naar Sint-Maartensparochie terug naar Sint-Maartenskerk