Passiekapel

PASSIEKAPEL
Achter neo rococo smeedijzeren hekken in Louis XV van Alois Debeule (1893: hingen vroeger tussen koor en schip) hangen in de Passiekapel, naast een kruisweg van 13 staties (1807-1810: ovalen doeken 89 x 71 cm: in deze periode bekostigd door Kortrijkse ingezetenen, meestal jonge dochters. Statie 1,4 en 12 door J.F.Depelchin (ca1770-ca1835), die leefde en werkte in Kortrijk, de andere van Charles Alexandre Caullet (Barvaux 1741-Douai 1825)), een reeks waardevolle schilderijen. Van rechts naar links:
1.JEZUS BIJ SIMON DE FARIZEEËR
(130 x 119 cm) een schilderij van F.Francken(Antwerpen 1581-1642), bekend om zijn afbeeldingen van feestmalen en godsdienstige onderwerpen als voorwendsel. In interieur met bedstee zitten Jezus (met nimbus) en Simon de farizeeër met volgelingen aan een rijkgedekte tafel. Jezus en Simon voeren een druk gesprek, terwijl op de voorgrond een zondares uit de stad Jezus’voeten zalft (Luc.7,36-50).Er is een doorkijk op bebost landschap met figuren. De personages dragen rijke kostuums en gezichtsuitdrukking getuigt van psychologisch inzicht van de schilder. Links onder, op kom, lezen we: De J.francis franck; kruik met jaartal 1616. Zijn eerste werken, zoals hier het geval, zijn soms gesigneerd “De Jongen francis franck”, om ze te onderscheiden van die van zijn vader Frans Francken I (1542-1616). Het schilderij is een gift aan de kerk van de Kortrijkse historicus-bibliofiel J.Goethals-Vercruysse
2.St-Franciscus in beschouwing voor het H.Kruis
(320 x 256,5 cm) is herkomstig van de Kortrijkse Kapucijnenkerk, waar het in het hoogaltaar was ingewerkt. Het werd geschilderd door Jan Erasmus Quellinus (Antwerpen 1634-Mechelen 1715), want midden onder, iets naar rechts toe, lezen we: JE Quellinus/ C..cis/ 1688. De majuskels JE en Q in monogram. Dat altaar werd in 1687-1688 besteld en bekostigd door Jan Baptist Dujardin-Marren, wiens zoon Roger Franciscus (1676-1710) later als pater Joannes Maria bij de kapucijnen binnentrad. De kruisboom met de gestorven Kristus staat schuin, rechts opgesteld. Rechts ervan, vier knielende figuren: Maria Magdalena, met meisje en kapucines op de voorgrond, honderdman te paard op de achtergrond. Links van het kruis: Maria, die met opengespreide armen naar Franciscus toekijkt, en Johannes, die met samengevouwen handen naar Maria opkijkt. Een verduisterde zon en een boom vullen het linker bovenvlak van het doek, terwijl een knielende, gestigmatizeerde Franciscus in bezwijming valt, maar door twee engelen ondersteund wordt. Wij zien nog een knaapje en een putto resp. links en rechts van hen.
Het is mogelijk dat de Franciscusfiguur een portret is van de schenker Jan Baptist Dujardin of van de overste van de kapucijnen in de jaren 1688. In Maria Magdalena kan Catharina Marren, de vrouw van Dujardin geportretteerd zijn en in de kapucines Francisca Ignatia van Belle, overste van 1685 tot 1694
De zijluiken van een triptiek, waarvan het middenpaneel de ‘verrrijzenis van Kristus’ voorstelde en nu uit de kerk is verdwenen, staan op naam van Adam van Noort (Antwerpen 15662-1641). Dit leren we uit de inventaris (einde 18e eeuw) van “Schilderien de parochiekerk der stad Cortryk toebehoorende”. Het document vermeldt ook dat het drieluik dateert van 1595 en opgehangen werd aan het altaar van Sint-Barnabas, patroon van het bosseniersgild, gesticht in 1507.
3.De geschiedenis van Jonas 4.Mozes en de koperen slang
De geschiedenis van Jonas toont ons op de voorgrond de geknielde Jonas: hij draagt een lendendoek en strekt zijn linkerarm uit. Op het strand liggen schelpjes, keien, wulken. Achter hem zien we de walvis met opengesperde muil en een woelige zee. Op de achtergrond rechts verkeert een schip in nood in de storm. Zeelieden gooien Jonas overboord, terwijl het zeemonster hem opvangt met open muil. Op de achtergrond zien we de graflegging van Jezus; wij zien Nicodemus, Jozef van Arimathea, Sint-Jan, OLV,Magdalena en nog 2 andere personen. Jezus paste nl het Jonasverhaal op zijn eigen begrafenis toe (Jon 1,11; Luc.11,29-32). Op de rugzijde van het schilderij werd in grisaille Sint-Barnabas afgebeeld.
‘Mozes en de koperen slang’ (226 x 89 cm): op de voorgrond worden Israëlieten door giftige slangen overvallen. Mozes wijst naar een koperen slang op een paal met achter hem getrouwe Israëlieten, die opkijken en gered worden. Op de achtergrond een weids landschap met rechts een calvarie. De koperen slang, door Mozes tot redding van het Joodse volk aangewezen, gaat als een typologie van de kruisiging op Kristus’ eigen worden terug (Num.21,4-9, Joh.3,14: De mensenzoon moet omhoog geheven worden zoals Mozes eens de slang omhoog hief).
Op de rugzijde van het paneel werd in grisaille Sint-Andreas geschilderd. Hier heeft de schilder hoogstwaarschijnlijk verward met Sint-Adriaan, patroon van het schermersgild, gesticht in 1541.
5.Retabel ‘OLV van de zeven weeën
Werd ontworpen in 1958 door Maurice Vandermeeren van Tielt, met o.m. een geklede gepolychromeerde Madonna uit 1627, de vier oudtestamentische figuren Micheas, Esther, Judith, Jesaja (96 x 42 cm, werk van Lionel Poupaert van Brugge, leraar aan de Akademie aldaar). Ester en Judith zijn hierbij voorafbeeldingen van OLV; bij Micheas en Jesaja vinden we teksten waarin men profetieën over OLV en de medaillons met de zeven smarten (gebr.Nys, Eeklo: rechtsonder te beginnen in wijzerszin: de vlucht uit Egypte, de opdracht in de tempel, in de tempel bij de schriftgeleerden,kruisdraging, calvarie, kruisafneming, graflegging)). Het beeldhouwwerk is van Karel Dupon
Het altaar werd op 8 juni 1960 door mrg.E.J.De Smedt ingewijd.

6.Ecce Homo
(120 x 97 cm) toont ons drie figuren ten halven lijve. Kristus met doornenkroon en de handen op de rug wordt door een soldaat van zijn mantel ontdaan en door Pilatus aan het volk getoond. Het voortreffelijke schilderij, van een onbekende Vlaamse meester dateert uit de 17e eeuw

LA.Laatste Avondmaal
7.Bewening van Christus
(126 x 116 cm) toegeschreven aan De Bruyn, Antwerpen (ca 1650). Is in de lijdenscyclus te situeren tussen de kruisafneming en de graflegging. Op het schilderij zijn de figuren ten halven lijve uitgebeeld. Centraal is er Jezus met gebroken ogen, hangend in linnen doek. Links omklemt de wenende Magdalena Jezus’ arm en doorspijkerde hand. Rechts haalt Maria nog voorzichtig een doorn uit Jezus-‘ hoofd, terwijl Sint-Jan aandachtig toeziet en Jezus’ hoofd ondersteunt. Een bejaarde, wenende Salome ziet nadenkend voor zich uit. Daar zijn nog Jozef van Arimathea met balsemkruik en Nicodemus met monnikskap op het hoofd.Het paneel dateert van omstreeks 1625 en is een variant van het gelijknamige schilderij uit een Maastrichtse privéverzameling, gesigneerd “A. Bruyn”; hier ontbreekt evenwel de bejaarde Salomé
8.Terugvinding van de H.Vaten
Schilderij van J.B.Van Moerkerke (1687), gemaakt n.a.v. de diefstal in de nacht van 17-18 december 1686. Drie dieven(Pieter Bogaert, Frans Husdain en Jan Melyn) die later in Gent werden gearresteerd, onteerden het H.Sacrament en de gewijde vaten. Ze gooiden ze in een poel in Maltebrugge, waaruit een man, aldus het schilderij, ze ophaalt en op een kussen neerlegt: priesters en magistraat kijken eerbiedig toe terwijl een schurk gebonden is.
nt-Maartenskerk