Onthaalruimte

PHOTO435 PHOTO580
De onthaalruimte bevindt zich bij het binnenkomen rechts. Er staan een tafel en wat stoelen en een stand met brochures. Tijdens het toeristisch seizoen is er op zondagmiddag iemand beschikbaar om wat uitleg te geven over kerk of parochie. Daar wordt ook regelmatig op zondag ‘Kerkcafé’ gehouden: na de mis van tien uur is er gelegenheid om bij een glaasje wat na te blijven babbelen en mekaar te ontmoeten. Aan de muur hangen schilderijen met het leven van Sint-Maarten Rechts boven, het mahoniehouten namenbord van de confrerie van het H.Sacrament (Lod.XVI-stijl, 1770) met bovenaan een grisaillemedaillon ‘De Emmaüsgangers’ van Maarten Geeraerts (Antwerpen) Deze kerk is trouwens niet de enige die aan Sint Maarten gewijd is:
PATROCIN
Van de cultus van Sint-Maarten weet men dat hij vanaf de 5e eeuw in Frankrijk zeer verspreid was, vooral onder invloed van de Frankische koningen die hem als hun voornaamste patroon vereerden. In de Scheldevallei zijn er precies 100 Sint-Maartenskerken, waarvan 56 toebehoren aan gemeenten uit de vroege middeleeuwen of tenminste vermeld vóór het jaar 1000. De geografische spreiding van deze kerken gelijkt op deze van de Sint-Pieterskerken, in die zin dat ze in de zandstrek geheel ontbreken, tenzij ze aan een rivier liggen. De Sint-Maartenskerken zijn talrijker dan de Sint-Pieterskerken langs de Leie ten zuiden van de Mandel en tussen Schelde en Dender. In tegenstelling met de Sint-Pieterskerken komen ze in laatstgenoemde regio vooral in de zeer noordelijk gelegen zand-leemstreken voor, waar er nog veel verspreide bossen waren en de grond later ontgonnen werd. Langs de Leie en tussen Schelde en Dender lijken er bijgevolg twee kersteningsgolven geweest te zijn: een eerste met Sint-Pieter als patroon en een tweede voltooiende fase met Sint-Maarten als patroon, die meteen uitstraalde naar verder nog niet bereikte (want minder ontgonnen) plaatsen. Een derde opvallende concentratie van Sint-Maartenskerken is gesitueerd ten zuiden van de Scarpe. Daar kreeg Sint-Pieter als patrocinium blijkbaar weinig kansen omdat het gebied- dichter gelegen bij het hart van Frankrijk- reeds vroeger gekerstend was, meestal onder het patroonschap van Sint-Maarten, dat zoals gezegd, gepropageerd werd door de Frankische koningen en – in navolging- door de grote en kleine grondeigenaars. Een belangrijke aanwijzing voor het feit dat- ook in het noorden van de Scheldevallei- het patroonschap van Sint-Maarten zich op die wijze verspreidde, wordt verstrekt door de ligging van de Sint-Maartenskerken tov. de verkeerswegen: slechts 55 % liggen aan een weg, tegenover 80 % voor de .St.-Pieterskerken. Ten minste de helft van deze dorpen werd dus waarschijnlijk niet gekerstend door reizende missionarissen maar via de invloed van de koningen en grootgrondbezitters, die bij voorkeur een St.-Martinuskerk oprichtten. De streek ten noorden van de Scarpe en rond Doornik, waar ook vaak kerken aan St.-Maarten gewijd waren, levert hiervan nog een illustratie op: in deze streek lagen immers talrijke koninklijke domeinen.