Bossenierskapel

BOSSENIERSKAPEL
Links het stenen naïeve beeld van OLV van de Hazelaar(1486), zo genoemd naar een kapel in de Hazelaarstraat, waaruit het beeld op 5 februari 1805 naar hier kwam: daaronder de kanonbal die in 1646 in de kapel insloeg en het beeld onbeschadigd liet. Twee opschriften danken voor het niet beschadigd beeld en een wonderbare genezing in 1760. De kapel bevat merkwaardige gewelfsleutels en korbelen uit 1472
Boven een bergkast voor het doopregister (1780, Louis XVI stijl) met Heilige Geest-krans een brandraam met tekst: Te Maria Jerusalim Tota pulchra est Maria
en onderaan: In honorem Mariae Virg.dictae de Haezelaere dono dedit Nathalia Noppe
Het brandraam werd in de jaren 1890 gemaakt en in 1924 hersteld door J.Casier uit Gent.
Al de heiligen die erop staan, verbeelden patronen van de overledene familie van de schenkster, Juf.Nathalie Noppe.
Rechts “Sint-Elooi catechiseert in de Sint-Maartenskerk” (176 x 148 cm), geschilderd door Maarten De Vos voor het Sint-Elooisaltaar van de smeden. Het werk is een van de drie schilderijen die in de 18de eeuw, door het afbreken van de altaren van de neringen in de Sint-Maartenskerk, in handen raakten van een uitdrager. Het werd voor 42 pond parisis teruggekocht. Wij krijgen een frontale blik in de kerk. Centraal zit Sint-Elooi op de tweede trede van het hoogaltaar met drieluik, in zetel, in prachtig bisschopsornaat met schootsvelum, in de linkerhand de staf en de hamer met het kroontje. De heilige spreekt een zeer gevarieerde menigte toe. De gebaarde man rechts van de bisschop is misschien het zelfportret van de schilder. Het is eveneens waarschijnlijk dat ook de deken van de Kortrijkse nering van smeden, die het schilderij bestelde, erop figureert, samen met zijn vrouw. Zoals het een renaissancist past,interesseerde De Vos zich ook voor de literatuur. Het moet ons niet verwonderen dat onderaan een rolwerkcartouche met de volgende verzen werd aangebracht:
Wiert inde Liefde Godts, zoo Vierich verweckt
Dat hy Bisschob synde, vul ootmoedichede
Als dienare christy quaiii ghellovich parfeckt
Uut den franschen lande Hier Te coorterijc in stede
Daer Hy tchristen gheloove in Reinder zede
Hier in Dese kercke Heeft ghecathetizeert
Jae ter Godts eeren en Sente Marten mede
Heeft hy desen Tempel Selve gheconsacreert
De compositie, de architectuur, de maniëristische figuren en het koloriet verraden de Italiaanse invloed. Het schilderij ontstond zeker na 1582, want in dat jaar leverde B.Der Rijckere zijn drieluik dat op het werk als decor staat afgebeeld, en vóór 1603, sterfjaar van De Vos.

Centraal een fragment van een romaanse grafsteen in Doornikse steen, in 1988 door de Archeologische Stichting voor Zuid-West-Vlaanderen bij de opgravingen aan de buitenzijde van de Sint-Maartenskerk blootgelegd. De steen werd in het metselwerk gevonden, waar hij als bouwmateriaal herbruikt werd. Het bewaarde fragment stemt overeen met ruim de helft van het bovenste deel van een trapezoïdale grafsteen, die de vorm heeft van een schilddak en in Doornikse kalksteen gesculpteerd is. De zijvlakken hebben noch dezelfde breedte noch dezelfde helling naar boven toe. Het kleine, trapeziumvormige paneel bovenaan is met twee ranken versierd die met een ring in het midden worden samengehouden. Links en rechts zijn er twee dikke gelobde s-vormige bladeren met nerven. Onder de ring bevindt zich een palmet. Het motief wordt op de zijvlakken verder gezet. Deze zijn met regelmatig en symmetrisch golvende ranken versierd in laagreliëf, die met ringen aan de dunne omkadering in vlakreliëf vastgehecht zijn. De bladeren zijn afwisselend naar boven en beneden gericht. Elk puntvormig blad is aan de basis opgerold en is van een peervormige knop vergezeld. De effen rand van de grafzerk is hier en daar beschadigd. Niet alleen is de steen onregelmatig gebroken, maar de versiering van het nokvlak, waarvan nauwelijks de rechtlijnige omlijsting nog zichtbaar is, is eveneens verdwenen. Ondanks de zware beschadiging van het nokvlak en het rechtse zijvlak is het nochtans mogelijk een vrij volledige reconstructie te maken van de vorm en de versiering van de grafsteen

Het nokkruis, zoals vermoedelijk aanwezig op deze steen, is het beschermend symbool van de verlossing, dat het meest op christelijke grafmonumenten voorkomt. Het wordt geassocieerd met het antieke thema van de levensboom, symbool van de onsterfelijkheid (Gen.6,22). Tenslotte herinneren wij eraan dat de ranken rond de grafsteen zeker afgeleid zijn van het thema van de wijnstok van de Almachtige. Hij symboliseert het uitverkoren volk (Is.5,7) en de geestelijke heropleving evenals Christus, waarvan de volgelingen de ranken zijn (Joh 15,1-6)

Links nog een communiebank, rechts een bidbank
naar Sint-Maartensparochie terug naar Sint-Maartenskerk