Orgelapotheose 27sep15

P1160204
Orgelapotheose 27sep15
https://youtu.be/ZxQAWgP5trw
Herman Roelstraete(1925-1985) ‘vexilla regis’ en ‘ad regias agni dapes’ uit Meditationes Vespertinae, opus 131 (1979)

Met een kleine muzikale herinnering aan de onlangs overleden componist Jozef Valcke steekt de hoorn alleen van wal. Uit zowel de voor- als de familienaam vielen makkelijk drie noten af te leiden. Dit proces resulteerde in een klassiek geheel dat als vraag en antwoord mag worden beschouwd: c’-e’-f’ wordt na een rust gevolgd door a-c-e. Toeval zorgde voor een vorm van symmetrie, want het initiële notenpaar c-e (do-mi) sluit ook het zestal af. De voorstelling (‘tema’) wordt gevolgd door enkele in ritmische intensiteit toenemende variaties. De rust keert terug in de zevende variatie die als spiegeling van de zes noten van het beginthema is opgevat. Reiken geboorte en dood elkaar de hand? Jozef Valcke heeft ooit zijn licht opgestoken bij Herman Roelstraete, de man die wij in de voorbij orgelreeks herdachten en die dit jaar, 30 jaar na zijn overlijden, via concerten her en der wordt geëerd. Jozef is de vader van pianiste Martine Valcke en componist Martin én schoonvader van Paul Andriessen, de Menense orgelbouwer die instaat voor het onderhoud van het grote Schyvenorgel van deze kerk.

Herman Roelstraete(1925-1985) ‘veni creator spiritus’ uit Meditationes Vespertinae, opus 131 (1979)
In de drie Roelstratewerken gaat het, te zien aan de titels van de hymnen, van de passie- over de paas- naar de pinkstertijd.
De hymne over de koninklijke banieren, ‘Vexilla Regis’, werd geschreven door Venantius Fortunatus, bisschop van Poitiers (6de eeuw). Aanleiding ervoor was een plechtige stoet ter ere van het heilig kruis. Om die reden wordt deze seqentia gezongen tijdens de Goede Week.
Ingeleid door voorimitatie horen we de gregoriaanse melodie uitgespreid over vier stroken als tenorpartij.
De Ambrosiaanse hymne die over het feestmaal van het Lam (het eucharistische maal) handelt, stamt uit de 7de eeuw en past perfect bij de paasnacht. Licht versierd treffen we de melodie deze keer in de bovenstem aan.
De tekst van de vrij bekende pinksterhymne is waarschijnlijk van de benedictijner monnik Hrabanus Maurus (ca. 780-856), een van de grootste geleerden uit de vroege middeleeuwen. De 9/8-maat verleent deze bewerking iets dansants. Ondersteund door een hardnekkig (= ‘ostinaat’) de tijd markerende bas dialogeren twee bovenstemmen dartel. De beroemde oude melodie weerklinkt als tenor (de linkerhand maakt gebruik van een apart klavier met een trompetsoloregister).


Ernest Maes (1939)  romanza voor hoorn en orgel (1939)
Ernest Maes heeft als pedagoog, dirigent en componist een indrukwekkend curriculum. We beperken ons hier tot de mededeling dat hij jaren lang het Vlaams Jeugdorkest heeft geleid.
De romance mag beschouwd worden als een didactisch werk. De pianopartij van de oorspronkelijke versie werd door José Fardeau omgezet als orgelbegeleiding. De vandaag te beluisteren versie werd door Dirk Blockeel nog hier en daar aangepast.


Léon Boëlmann (1862-1897)  allegro vivace uit ‘les Heures Mystiques’ opus 29 (1895)
Boëlmann werd geboren in Ensisheim (Elzas) en overleed in 1897 aan tuberculose in Parijs. Hoewel hij meer dan veertig jaar ziek was heeft hij toch een groot aantal composities geschreven. Hij studeerde aan de Parijse kerkmuziekschool (Ecole Niedermeyer) waar hij les kreeg van zijn oom Eugène Gigout en Gustave Lefèvre. Na zijn afstuderen als organist en cantor wordt hij in 1881 organist van het koororgel in de Parijse Saint Vincent de Paulkerk. Midden jaren ’80 wordt Boëlmann zelf docent aan de Ecole Niedermeyer. In 1887 volgt de benoeming tot cantor en ‘titulair organist’ van het hoofdorgel in de Saint Vincent de Paulkerk. Hij behield deze post tot aan zijn dood. Zijn oom Gigout heeft zich ingezet om zijn werk uit te geven en te promoten. Boëlmann is een typische representant van de Frans-romantische school. Hij vormt onder meer met Pierné en Ropartz een schakel tussen Franck, Widor en Vierne.
In 2001 wijdde harmoniumdeskundige Joris Verdin in Het Orgel een artikel aan ‘Heures mystiques’. De titelpagina van opus 29 en 30 vermeldt dat het gaat om een verzameling voor orgel of harmonium.
De eerste gekozen ‘sortie’ staat in de F-tonaliteit en heeft met zijn Tempo di marcia iets stappends. Het daaropvolgende Allegro vivace is virtuozer en mooi opgevat als ABA’-compositie.


H.Roelstraete ‘romanza ‘ voor hoorn en orgelbegeleiding opus 162
In de oorspronkelijke versie krijgt de hoorn gezelschap van orkest. De orgeltranscriptie zorgt in ons geval voor een warme achter- of ondergrond.

D.Blockeel ‘pastocorale’ voor hoorn en orgel (1991)
In de titel zijn drie elementen vervat: het pastorale dat met de hoorn en de tonaliteit van F of C samenhangt, het koraal (een element dat helemaal op het eind in de hoorn even aan bod komt) en tenslotte de ‘cor’, het Franse woord voor ‘hoorn’ dat in het midden van de titel verborgen zit.
Het misschien wat grillige en complexe werkje werd voor het eerst uitgevoerd tijdens een concert in Tielt. In 2002 speelden Engelse dames in de reeks vermaarde concerten van de Gentse Rode Pomp een versie met piano.



J.S.Bach ‘toccata+fuga in d’ BWV538
Dit paar wordt dorisch genoemd, hoewel het niets met die kerktoonaard heeft uit te staan. Die bijnaam draagt het ter onderscheiding van de beroemde toccata (BWV 565) in dezelfde tonaliteit. De compositie kan niet later dan 1732 zijn ontstaan, want Bach speelde dit werk voor de keuring van een orgel in Kassel op 28 september 1732.
De toccata is fraai concerterend waarbij het hoofdgedeelte driemaal onderbroken wordt door een nevengedachte die erg verwant is. Op die manier heeft het geheel een grote constructieve dichtheid, want de zestiende noten, ontstaan vanuit het vingerwerk van de organist, spinnen constant verder. Boeiend blijkt hier ook de door de componist aangegeven wisseling van klavieren goed voor twee verschillende dynamische niveaus.
De fuga met dat geniale contrapunt staat aanvankelijk in schril contrast met het spelplezier van het voorheen getokkelde. Het thema beweegt zich in de tessituur van een octaaf, stijgt van d’ naar d” en daalt dan met breeknoten weer af naar de grondtoon d’. Ongelooflijk hoe de spanning, mede dankzij vier stretto-inzetten, in het verloop van die maten toeneemt!


W.A.Mozart (1756-1791) ‘et incarnatus est’ uit grote mis in c , K.427
Toen Mozart met zijn vrouw, Constanze Weber in 1783 naar Salzburg was teruggekeerd had hij de partituur van een onvolledige mis bij zich. Het mooie, tedere en tegelijk toch vocaal veeleisende ‘incarnatus est’ maakt deel uit van het Credo uit die mis.

Geert De Praetere (1958) advayavada (2015)
Geert studeerde aan de muziekacademie van Oudenaarde zang, piano, orgel en trombone. Aan het Gentse conservatorium behaalde hij een flink aantal eerste prijzen; daarna studeerde hij nog verder in Bergen waar hij in 2002 een eerste prijs compositie in de wacht sleepte. Sinds 2000 is hij artistiek directeur en leraar koper aan de muziekacademie van Oudenaarde. Met Times of Diversity werd hij laureaat op de Internationale Harmoniecompositiewedstrijd van Harelbeke-Muziekstad 2006.
We laten de componist zelf aan het woord.

De titel Advayavada is een ‘first-century’ boeddhistisch begrip dat ‘niet-tweeheid’ betekent .
De idee van ‘transcendentie van dualiteit’ heeft mijn muzikale denken al vaker geïnspireerd.
In dit orgelwerk echter is de idee ook expliciet in de titel aanwezig.
Vanuit deze spirituele referentie, verschijnt de notie van ‘eenheid van tegenstelling’ , unctio oppositorum .
Het wordt in het stuk zichtbaar gemaakt op structureel niveau, zowel in de muzikale materialen als in de vorm.
De reeks van (architect en schrijver, Richard) Padovan is hierbij het middel dat het muzikale proces stuurt.
Een registratievoortsel is afgestemd op de dispositie van het orgel van de Kortrijkse Sint-Maartenskerk. Het staat de uitvoerder echter vrij om naar eigen aanvoelen en binnen het opgegeven kader de nodige aanpassingen door te voeren.
Het werk geldt tevens als nagedachtenis aan Herman Roelstraete.

Orgel: Dirk Blockeel en Frank Heye
Hoorn: Ernest Maes
Sopraan: Emma Posman
Dans: Adelien Vannecke en Lisa Vanwonterghem
Registrant: Chris Duprel
Presentatie: Hilde Velghe

P1160187
Poëzie van en door Jan van meenen
Taalhulp: Hugo Van Malder
Hulp regie: Veerle Vanhuyse
Opnametechniek en montage: Guido Ostyn
Video-opname: Piet Verdiere
Logistieke hulp: Wim Descamps, Stefaan Viaene, Filip Opsomer,Jean-Pierre Debrabandere en Hilde Seynaeve
Grafische vormgeving en ontwerper promomateriaal: Jacky Bostoen

P1160188 P1160189 P1160190 P1160197 P1160198  P1160200

Na het concert werd overgegaan tot de plechtige prijsuitreiking. Met de welkome hulp van prominenten (de heer deken, de heer burgemeester Vincent Van Quickenborne, schepen Catherine Waelkens, Herman De Backer van de Herman Roelstraete Stichting etc.) werden oorkonden en (met dank aan de stad Kortrijk) twee gulden sporen aan laureaten en gevierden geschonken.
Het publiek kon tijdens de voorbije cyclus zijn stem uitbrengen via een procentuele appreciatie. Het maakte precies geteld zeven keer kennis met door Roelstraete geschreven orgelklanken. De publieksprijs voor de best gesmaakte vertolking van de muziek van de 30 jaar geleden overleden West-Vlaamse componist ging ex aequo naar drie personen. In alfabetische volgorde zijn het de Japanse studente Anna An (Antwerpen), de virtuoze Laure Dermaut (Sint-Niklaas) en de zich internationaal profilerende Jan Vermeire (Veurne).

Het publiek bracht ook zijn stem uit voor de appreciatie van het concert als geheel. Het hoge gemiddelde cijfer liet hier niets aan twijfel over. Het duo Laure Dermaut en Inez Carsauw, orgel en zang, kaapte eendrachtig deze prijs weg.

Ten slotte waren er de prijzen die door een professionele jury werden toegekend. Op woensdag 23 september kwam een deskundig trio samen in het Kortrijkse conservatorium. Daar werden alle interpretaties van het werk van Herman Roelstraete beluisterd. De jury bestond uit Johan Boudry (orgelleraar van het Kortrijkse conservatorium), Masako Honda (organiste van de Antwerpse Sint-Laurentiuskerk en de Sint-Lambertuskerk van Ekeren, orgellerares in Aalter) en Roland Coryn (componist en eredirecteur van de Harelbeekse muziekadacemie).

Het drietal kon na beluistering niet meteen een kandidaat aanwijzen die zijn kop flink boven het maaiveld had uitgestoken. Twee interpretaties verdienden volgens de jury ex aequo wel een bekroning. In alfabetische volgorde zijn het de al door het publiek gehuldigde Anna An en haar mannelijke collega Wouter Vankeirsbilck (Merelbeke).

 

Intussen staat de nieuwe orgelreeks van 2016 al in de steigers. Aan de deelnemers wordt gevraagd om werk naar keuze van de binnenkort honderd jaar geleden overleden Duitse componist Max Reger (1873-1916) te willen vertolken, alsmede het daaraan gelieerde, nieuwe werk van de Gentse componist Jan Vandenheede (°1957).