De symbolen en rituelen van de veertigdagentijd
Van askruisje tot palmtakje (en omgekeerd)
De veertigdagentijd zit ingebed tussen het askruisje op Aswoensdag en het palmtakje van Palmzondag. Hij begint met een oproep tot bekering en het besef van eigen vergankelijkheid; hij eindigt met de erkenning van Jezus als de koning die vrede en bevrijding brengt.
Het askruisje is een uiting van bereidheid, van geven en ontvangen. Je stapt mee in de rij van gelovigen die naar de priester of bedienaar toegaan. Je buigt het hoofd om de as in het haar te ontvangen of je toont je voorhoofd om je te laten merken. Het is een teken van boete en bekering. Je ontvangt persoonlijk de boodschap en opdracht: "Bekeer je en geloof in het evangelie"; "gedenk hoe vergankelijk je bent".
Als christen ontvang je af en toe een kruisje, bij het doopsel, met chrisma bij het vormsel, met olie voor de zieken bij de ziekenzalving, of gewoonweg de hand op het hoofd: "God zegene en beware je". Bij het begin van het vasten is het eerder vreemd: een kruisje met as; daar is weinig moois of verheffends aan.
De as heeft een nauwe band met het palmtakje. Bij de intocht van Jezus in Jeruzalem zwaaiden zijn leerlingen met palmtakken als teken van welkom en overwinning. Het doet denken aan het twijgje dat de duif bracht naar de ark van Noe om het einde van de zondvloed aan te kondigen. Na de vasten, waarin we ons lieten confronteren met onze zondigheid, is er nu het teken van de verlossing: zonde en dood zijn door Jezus teniet gedaan. Het palmtakje wordt meegenomen naar huis en op het kruisbeeld gestoken, misschien met een plechtig gebaar, met een moment van stilte en gebed. Het zal er een heel jaar blijven zitten en er ons aan herinneren dat Jezus alle kwaad overwint.
Zowel bij het begin als naar het einde toe van de veertigdagentijd is er dus een kleine ritus die ons helpt in de goede stemming te komen. Beide symbolen staan trouwens niet los van elkaar.
Op Aswoensdag wordt de palm van het voorbije jaar verbrand tot as om ons daarmee te tekenen. Zo realiseren we ons: de overwinning is nog niet definitief; we leven telkens weer ons gewone leven van egoïsme en zondigheid. We moeten voortdurend werken aan onze bekering, en dat willen we weer doen in de weken die voor ons liggen. We verlaten onze zelfbetrokkenheid om meer solidair te leven met onze broeders en lusters die lijden.
Het kruisbeeld
Op vele parochies wordt hier en daar een kruisbeeld langs de openbare weg geplaatst. Het is een oproep en een belijdenis. We zien het staan in het voorbijgaan; we kunnen er letterlijk of figuurlijk even bij stilstaan, of wandelen van
het ene kruis naar het andere, alleen of in groep. In steden en dorpen trekt er, vooral tijdens de Goede Week, een publieke kruisweg door de straten, een gebedstocht of een stille tocht met fakkels en kruisen. lets eenvoudiger is de
gang van statie naar statie die in vele kerken wordt gehouden, bij voorkeur op vrijdag. We gaan in het spoor van Jezus en overwegen zijn lijden.
Het kruis van Jezus Christus is een universeel symbool van de mens die onschuldig wordt gefolterd en vermoord. Het is een voortdurende oproep tot rechtvaardige rechtspraak, tot eerbied voor iedere mens, tot erkennen van de waarheid. Het is daarom onbegrijpelijk dat men dit symbool weg wil uit rechtszalen en publieke gebouwen. Of toch?
Het kruis is inderdaad meer dan een universeel menselijk symbool, het is ook een uiting van geloof. Het is een teken met een dubbele boodschap, en dat kan voor sommigen moeilijk schijnen. Wij christenen geloven immers dat het lijden van die Man uit Nazareth, nu 2000 jaar geleden, doorwerkt tot op onze dagen. Hij heeft zijn leven gegeven opdat wij zouden leven. Door zijn kruisdood is er voor ons hoop; wij zijn bevrijd van de doem van het kwaad en de zonde. Daardoor is het kruisbeeld voor ons niet alleen een teken van protest tegen lijden en dood, maar tevens een uitdrukking van ons vertrouwen in de toekomst door alles heen.
Het lijden van individuele personen, van zieken en van zwaar beproefde mensen, de rampen die hele bevolkingsgroepen treffen, de oorlog, de honger en de vernedering die landen en volken teisteren, dat alles wordt geconfronteerd met het lijden van Jezus Christus. In de kerk staat het kruisbeeld naast het altaar, in volle zichtbaarheid, en vervangt de paaskaars.
In het gezin, op een ziekenkamer of woonruimte kan het op kleinere schaal maar even intens aanwezig zijn. Het kruisbeeld krijgt meer aandacht, door het op een duidelijker plaats te zetten, er een spotje op te richten of een kaars te
ontsteken, er een paarse doek achter te hangen of een bottende tak in een vaas te plaatsen. De eenvoudigste rite is iedere dag met aandacht en bewustzijn het kruisteken maken.
De paarse kleur
Kleuren zijn belangrijk in het leven. Het valt me elk jaar op hoeveel mensen het nieuwe modekleur voor hun kledij volgen. Als een gevel of een binnenkamer een nieuw laag verf nodig heeft, dan gaan er nogal eens lange discussies mee gepaard. De tint moet iets uitdrukken van sfeer. Zo is het ook in de kerk. Wit is het kleur van de vreugde, van nieuw leven; rood verwijst naar de liefde, of naar het bloed van de martelaren. Voor een uitvaart was vroeger alles in het zwart; omdat zwart al te veel alleen aan dood en rouw doet denken kiest men nu veeleer voor het wat lichtere paars en steeds meer stel ik vast dat priesters voor een begrafenis witte gewaden dragen. Van de nadruk op de dood staan we daardoor meer gericht op de verrijzenis. Kleur drukt niet alleen de gemoedsgesteltenis uit, maar houdt ook een boodschap in.
Tijdens de veertigdagentijd worden het wit, het rood of het groen voor de liturgische vieringen vervangen door het paars. Het is de kleur van soberheid en boete, van berouw en bekering, van inkeer en bezinning. De vreugde wordt getemperd: er klinkt geen alleluia tijdens de vieringen en in de eucharistie laat men het Gloria achterwege. Er staan minder bloemen op het altaar en in de kerk. Als we naar de mis gaan, valt zo het eigene van de vastentijd op; we worden erdoor geholpen om deel te nemen aan de strijd tegen het lijden en het kwaad in de wereld. We worden geroepen om te vieren, meer dan in de gewone tijden van het jaar, maar het is een vieren in sobere verbondenheid met wie in nood zijn.
Een sober maal
Samen eten is altijd een bijzonder gebeuren. Bij bijzondere gelegenheden heeft de tafelgemeenschap een sterke symbolische betekenis. Jezus zelf koos de maaltijd als sterkste uitdrukking van zijn liefde.
De laatste jaren worden er tijdens de veertigdagentijd op vele plaatsen maaltijden ingericht. Enerzijds sobere maaltijden, door vrijwilligers gratis bereid, om een flinke som te kunnen besteden aan de noodlijdenden in de wereld. Anderzijds zijn er ook niet zo eenvoudige maaltijden die eerder tot doel hebben de solidariteit met elkaar en met andere volkeren te beleven. Vreemdelingen, vluchtelingen, bieden een maaltijd aan, met voedsel dat zij eten in hun land; ondertussen wordt informatie verstrekt. Hoe dan ook: samen eten om de vasten gestalte te geven drukt grote verbondenheid en solidariteit uit.
Christenen hebben altijd samen tekens gesteld om elkaar op te roepen en te steunen, maar ook om gezamenlijk de vastentijd te beleven. Een beperktere keuze van toespijs aan tafel, om vier uur geen confituur, alleen droog brood of boterhammen op vrijdag, minder tabak, alcohol en sneer bij de TV. Daardoor wordt gespaard om broederlijk te delen. Maar ook op zich is die beleving van solidariteit waardevol. Ook als het niets opbrengt, gaat er een innerlijke kracht van uit. Het gaat om verbondenheid op het diepere vlak die niet vrijblijvend is. In Christus zijn wij één.
Deze voorbereidingstijd op Pasen kent dus heel wat symbolen en rituelen die ons helpen om te 'vieren'. Daartoe zijn we geroepen. Maar het komt steeds aan op de spiritualiteit, de geest waarin we de weg naar Pasen gaan.
Op de berg van de bekoringen werd Jezus uitgedaagd om zich te manifesteren als de zoon van God en zo erkenning te vinden. Dit is vaak ook onze bekoring: wat wij doen en geven in deze vastentijd kan dienen om onszelf als goed voor te stellen, in ons eigen imago of in de ogen van anderen. Dat kan natuurlijk de bedoeling niet zijn, en dat wijst Jezus ook radicaal af.
Op Aswoensdag, bij het begin van de veertigdagentijd, hoorden we Jezus zeggen:
“Denk erom: beoefen uw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen, om aandacht te trekken. Wanneer ge een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor u uit. Als gij een solidariteitsactie steunt, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet. Wanneer gij vast, zet dan geen somber gezicht, om de mensen te tonen dat ge aan het vasten zijt. Vast voor uw Vader die in het verborgene is; Hij zal het u vergelden.” (enkele verzen uit Mt 6, 1-18)
We gaan dus samen de weg van de bekoringen op, samen met Jezus ook. We willen ons confronteren met onszelf en duidelijker zien wat er in ons omgaat en hoe we de veertigdagentijd willen vieren. Zo staan we dan klaar voor de volgende berg: de berg van de waarheid.
+ Roger Vangheluwe in Ministrando van 15 februari 2005