![]() | 6feb2010 erfgoedhuis ontmoetingsdag federatie Groeninge De vele gezichten van de mens - PAUL RICOEUR door Tomas Folens |
![]() |
L’histoire d’une vie (1913-2005) -Getekend door lijden, opgegroeid in een streng protestants milieu, gepassioneerd door filosofie en literatuur -Het residu van een vorige studie is het vertrekpunt voor een volgende studie--> een dertigtal boeken, honderden artikels en een brede waaier aan thema’s -Een filosoof van de dialoog: “wat heeft de ander gezien?” We zijn immers allen op zoek naar dezelfde waarheid. “On a souvent l’impression que vous construisez votre oeuvre en réponse aux oeuvres des autres. C’est exact, c’est une sorte de grande conversation avec ceux qui pensent autrement que moi. (…) Quelles questions cela me pose? Qu’est-ce que ça me force à changer? ” |
![]() | A.Geloof en schepping Spreken over schepping is spreken over vandaag Een spreken ‘achteraf’ over een gave die aan mij voorafgaat – iets/iemand gaat mij vooraf - Iets/iemand gaat mij te boven Schepping verwijst naar een Schepper Sinds de schepping draagt de mens in zijn ziel Gods appel: “Jij, hou van mij!” – geschapen als Gods beeld Schepping maakt mijn vrijheid mogelijk De plaats van de mens in de schepping: “En God zag dat het heel goed was” De mens centraal - Maar voorafgegaan door de schepping - Verantwoordelijkheid voor (1) schepping en (2) medemens Een gebroken schepping: het symbool van de zondeval - Separatie : de breuk tussen God en mens en in de mens zelf “Quand je dis séparation, je ne dis pas (…) aliénation. La séparation est fondamentalement ce qui distingue le Créateur et la créature, et ainsi marque simultanément le “retrait” de Dieu (…) Les aspects proprement humains de cette séparation sont certes la perte d’une proximité avec Dieu, symbolisée par l’expulsion du jardin, mais aussi (…) l’accès à la responsabilité à l’égard de soi-même et d’autrui.” (PB, 66) De breuk tussen God en mens -> Geen directe kennis van wat God wil -Mogelijkheid om relatie aan te gaan met God De mens is “kwetsbaar voor het kwaad“ (l'homme faillible ) Geloof is het antwoord op het oorspronkelijke appèl in de schepping (bonté originaire), ondanks de zondeval Het geloof betekent ook een geloven in de fundamentele goedheid van de mens, ondanks de radicaliteit van het kwaad |
![]() | B.De hoop en het eschaton Waar de schepping spreekt over de oorsprong, spreekt de hoop over het Rijk dat komende is en dat is begonnen met de komst van Christus We leven in de spanning tussen het ‘reeds’ en het ‘nog niet’ van het komende Rijk Het geloof in het goede van de schepping wordt versterkt door de gave van (1) De Torah en (2) vergeving en verlossing De gave van de vergeving en de verlossing is verbonden met een theologie van de belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde (Js) - Begonnen met Christus De verrijzenis staat hierin centraal. De dood van de dood, is ook een dood van alle kwaad en zonde. Het is een overwinning van het zinvolle op het zinloze. Elk strijden tegen het kwaad is een meestrijden met God. De belofte van God houdt ook een missie in: de hoop als ‘antwoord’ op de belofte “De christen kan en mag nooit berusten in de wanhoop, nooit berusten in het kwaad, maar moet boven alles een profeet van zin zijn.” “Le chrétien, c’est l’adversaire de l’absurde, le prophète du sens. Non par volonté désespérée, mais par reconnaissance que ce sens a été attesté dans des événements que l’Écriture proclame.” |
| Het gezicht van de willende mens 'ik wil' |
Le volontaire et l’involontaire – over de menselijke wil en de verhouding tussen wil en lichaam. Het lichaam is mysterie (corps objet/ corps sujet) Het onvrijwillige (het lichaam) heeft geen eigen betekenis. Het is pas als het lichamelijke opgenomen wordt in het project van de wil dat het betekenis krijgt. “Le besoin, l’émotion, l’habitude etc. ne prennent un sens complet qu’en relation avec une volonté qu’ils sollicitent, inclinent et en général affectent, et qui en retour fixe leur sens, c’est-à-dire les détermine par son choix, les meut par son effort et les adopte par son consentement.” Ik wil = “(1) Ik beslis, (2) ik breng mijn lichaam in beweging en (3)ik stem in met wat noodzakelijk is.” Naar vandaag: Geeft te denken over een discours die de mens reduceert tot zijn genetische code Overstijgt een louter empirisch denken - (scientisme – atheisme) - Het empirische heeft waarde maar mag niet verabsoluteerd worden Bv. het verschil tussen man en vrouw: Er is genetisch en hormonaal een verschil - Dit verschil heeft niet het laatste woord; het is ook niet als enige bepalend Geeft ook te denken voor de katholieke seksuele ethiek, waarin het denken over de verhouding tussen natuur en cultuur problematisch is |
|
De theorie van het capabele zelf “Meurt le personnalisme, vive la personne” |
Liever niet meer spreken over de mens als -Bewustzijn (wijst op persoon die transparant is voor zichzelf) -Subject ( roept de idee op van een zelf dat de ultieme begronding is van zichzelf) -Ik ( staat symbolisch voor het onvermogen van sommige filosofen om ‘het opgesloten zitten in zichzelf van het ik’ te doorbreken) Daarom spreekt Ricoeur over een soi, een reflexief voornaamwoord dat zowel naar ik, jij, hij als zij kan verwijzen Een zelf zijn is een niet aflatende taak die nooit voltooid is. Ik kan slechts mijzelf ‘heroveren’ aan de hand van de interpretatie van mijn eigen spreken, handelen, geschiedenis (objectieve tekenen). Dit betekent dat ik ook nooit het zelf kan vatten, ik kan enkel getuigen over wie ik ben, over wat menszijn voor mij betekent. Bovendien is Ricoeur van mening dat mensworden niet mogelijk is zonder de omweg via het andere en de ander. De vraag wie? kan niet eenduidig beantwoord worden --> nood aan nieuw identiteitsconcept Klassiek: identiteit is wat gelijk is doorheen de tijd (vb. bepaalde gelaats- en karaktertrekken; DNA) – idem-identiteit Ricoeur: er is ook een vorm van ‘dynamische’ identiteit nodig: een “narratieve” identiteit – ipse-identiteit Het capabele zelf - Een zelf dat kan spreken , kan handelen, zijn eigen verhaal kan vertellen , verantwoordelijkheid kan opnemen voor het eigen handelen Drie dimensies (bv. spreken): 1.Het zelf - 2.Ik spreek altijd tot iemand - 3.Wat mij voorafgaat (de derde – diegene die ik niet ken) – de taal/grammatica |
![]() Levinas ![]() Hobbes ![]() Hegel ![]() Ricoeur |
De ander is een alter ego (theorie van het capabele zelf), maar appelleert mij ook tot verantwoordelijkheid (Levinas).
ik <--> ander Het evenwicht tussen de twee richtingen (een dubbele dissymmetrie) en tussen ik en de ander vinden we in de erkenning (Parcours de la reconnaissance) Hobbes: de mens is een wolf voor de andere mens - “De strijd van allen tegen allen” als model van de menselijke natuur Hegel: overstegen als de strijd voor erkenning - van zichzelf als een capabel iemand - van de ander De strijd om -de erkenning en de liefde - erkenning op juridisch vlak - sociale waardering Doel: wederzijdse erkenning getekend door agapè Ricoeur: -idee van de strijd hoeft niet laatste woord te hebben “Alors nous avons la promesse d’avoir été au moins une fois dans notre vie reconnu; et si nous n’avions jamais eu l’expérience d’être reconnu, de reconnaître dans la gratitude de l’échange cérémoniel, nous serions des violents dans la lutte pour la reconnaissance. Ce sont ces expériences rares qui protègent la lutte pour la reconnaissance de retourner à la violence de Hobbes.” -Het ultieme beeld van de erkenning is de wederzijdse ‘gave’ -Er zijn verschillende bruggen tussen het zelf en de ander die in de richting gaan van een dergelijke gave: Het uitwisselen van herinneringen (mijn eigen verhaal anders vertellen vanuit het perspectief van de andere) - De vergiffenis (behoort expliciet tot het typisch christelijke) - De vertaling De vertaling als voorbeeld -Er bestaat geen universele taal, wel een pluraliteit van talen -Dit lijkt op de eerste plaats een radicale onvertaalbaarheid te suggereren -Deze ‘onvertaalbaarheid’ staat in schril contrast met het bestaan van de vertaling zelf. -De vertaling houdt het midden tussen trouw en verraad aan de oorspronkelijke tekst -De pluraliteit van talen laat ons de vraag stellen: “Er bestaan dus andere manieren van leven dan de onze?” (une épreuve de l’étranger) -De test van de vreemde laat ons onze eigen vreemdheid ontdekken, datgene waarvan ik niet wist dat ik het in me had -De vreemdheid is symbolisch in de zin dat ze tot me spreekt. -Misschien zorgt ze voor nieuwsgierigheid en dus voor destabilisatie door de vergelijking met anderen, tot op het punt dat de andere mij verontrust. -De vertaling is een antwoord op de pluraliteit -De verschillende talen en culturen zijn dus niet radicaal van elkaar afgesloten! - Geen enkele taal is principieel onvertaalbaar -// een relatie instellen, een wij, zonder afbreuk te doen aan de eigenheid en de alteriteit van het zelf en de ander. -// De vertaling zelf berust op de verbeelding die mij in staat stelt mij in te leven in de andere Een centraal begrip: de talige gastvrijheid = het plezier om in de taal van de ander te verwijlen en het plezier van het vreemde woord in het eigen gastvrije huis te kunnen verwelkomen // eucharistische gastvrijheid De talige gastvrijheid wijst niet alleen op het verlangen de taal van de ander te leren en de ander te begrijpen, maar de gastvrijheid wijst ook naar een element van vreemdheid dat altijd blijft bestaan en dat uitnodigt steeds opnieuw anders te vertalen, anders te zeggen (autrement dit). |