KERSTMIS 2004
De kerk en het nieuwe altaar zijn feestelijk opgesmukt voor de middernachtmis:
De kerstgroep en -kaars staan in de doopkapel

Achter het nieuwe altaar hangt de kerst-tekst

Apparuit benignitas
et humanitas
Salvatoris nostri Dei

De goedheid
en menslievendheid van God,
onze Redder, is verschenen

La bonté de Dieu notre Sauveur
et son amour pour les hommes
se sont manifestés

The Kindness and Love

of God, our Saviour,toward man
has appeared.

Die Güte
und Menschenfreundlichkeit Gottes,
unseres Retters, ist erschienen.

La bondad y el amor de Dio,
nuestro Salvador,
mostrado por la humanidad.

La bontà de Dio, Salvatore nostro,
il suo amore per gli uomini
si sono manifestati
In deze heilige nacht, God,
is ons een licht opgegaan.
Wil ons ervan doordringen
dat dit ons levenslicht is.
Verhelder alle donkere nachten
door de hoop op uw dageraad.
Schenk ons de vreugde die blijft
nu en in uw rijk dat komt

Een volle kerk op deze feestdag

De kerstlezingen werden afgewisseld met Adriaan Roland Holst:
Al wordt het buiten nergens wit en stil
het maakt den ingekeerden geen verschil
als tegen Kerstmis maar binnen zijn ogen
de stilte langzaamaan maar sneeuwen wil



De acolieten brengen de offergaven aan

De dienst van de tafel

Het licht van de kerstkaars wordt rondgedeeld en zet de kerk in kaarslicht:
een spoor van licht
een ster wijst de weg naar Bethlehem
dicht bij zijn ouders en in de warmte van ezel en os slaapt het kind
de wereld wil wel even stil zijn
er reist geen ster br> waarop die ene mens zich richten kan
hij zelf is licht en trekt een spoor van licht
van Bethlehem naar Golgotha
en eeuwen verder
(Renie van Windt)
/i>


De traditionele kerstliederen sluiten de viering af

De vogels in het stedelijk luchtruim schrijven
een winterbrief aan de mensen in de straten.
Cirkelend op het witte blad van de hemel
zijn zij hun eigen letters, veren en kraakbeen.
Al hun zinnen beginnen met uitroeptekens.
De taal is vol gevleugelde woorden.
Weinigen kunnen hun kraaienpoten lezen.
Weinigen worden wijs uit hun verhaal.
Maar de kinderen spellen het spelenderwijze
en de dichters schrijven het blindelings na.
(Bert Voeten)


In de kindernevendienst werd volgend verhaal verteld:
Tekst Kerstmis 2004 EEN HELDER LICHT
Verteld door Alberto Benevelli. (Uitgeverij Gooi en Sticht, Baarn)

Overal in het land, in de smalle straatjes tussen de huizen, was het een drukte van jewelste. Iedereen was hard aan het werk. De huizen in de dorpen waren kort geleden opnieuw in de verf gezet en overal zag het er keurig uit. Binnenkort zou er iets heel bijzonders gebeuren.

Het gerucht ging dat er al snel een machtige koning, de koning van alle koningen, zou komen om in deze streek te gaan wonen. De mensen zeiden dat hij ’s nachts zou komen, en dat er reusachtige engelen met vleugels om hem heen zouden zweven. Zijn heldere licht zou het donker verjagen en zijn woord zou vrede brengen over de hele wereld. Iedereen zat te wachten tot hij zou komen. Elke mens, elke dier beefde van opwinding Door het waaien van de wind bewogen alle bomen en struiken hun takken vol bladeren, alsof ze neerknielden voor de koning. Het leek alsof alles wat leefde, zijn komst aankondigde.

Boven op een hek zat een prachtige pauw die schreeuwde: “Een machtige koning komt eraan. Hij zal gekleed zijn in zachte zijden, versierd met kostbare edelstenen. Alles om hem heen zal even mooi zijn. De kleuren van mijn mantel zullen zijn pronkstuk zijn, en mijn veren zal hij als kroon op zijn hoofd dragen. Wat een heerlijke dag zal dat zijn!” En vol trots stak de pauw zijn veren uit.

Daar vlak bij zwiepte een paard zijn staart op en neer en hinnikte: “Een sterke en dappere koning komt eraan. Allemaal zullen ze voor hem buigen. Ik zal zijn strijdros zijn en op mijn rug zal hij de baas zijn over alle volkeren. Onze roem zal groot zijn!” Steigerend galoppeerde het paard weg.

Op het stoepje strekte een jachthond zijn poten uit en gromde: “Een koning die van oorlog houdt, komt eraan! Hij zal laten zien hoe sterk hij is en alles overwinnen wat op zijn pad komt. Ik zal hem begeleiden op de jacht, en veel wild zal er voor zijn voeten vallen. Moedige daden staan ons te wachten!” De hond blafte woest en maakte iedereen om hem heen bang.

Net als de pauw, het paard en de jachthond hadden de andere dieren het over alle wonderbaarlijke dingen die de koning zou gaan doen, en ze prezen hem overal. Alleen de os en de ezel zeiden niets. Ze waren zo moe van het rondtrekken van de maalsteen dat ze bijna geen adem meer konden halen onder het gewicht van het juk dat op hun schouders rustte. Wat konden ze zeggen? Dat de koning die eraan kwam drijfnat zou zijn van het zweet omdat hij – net als zij – een hele dag hard gewerkt had? Nee, dat paste niet bij een koning.

Toen de zon onderging, maakte de staljongen de twee dieren los van het juk. Hij bracht ze ver weg naar een grot in de heuvels. Zo zorgde hij ervoor dat de koning, waar iedereen zo naar verlangde, de verdrietige en vermoeide gezichten van deze twee dieren niet zou kunnen zien. Terwijl de os en de ezel de heuvel opklommen, zagen ze toen ze naar elkaar keken hoe moe ze eigenlijk waren. Hun ruggen doorgezakt, hun vachten vol kale plekken en gebroken door het zware werk, sleepten ze met gebogen hoofd hun hoeven voor zich uit. Nee, uit alles wat ze gehoord hadden, begrepen ze wel dat er voor hen geen koning zou komen.

Binnen in de koude grot stonden de os en de ezel stil voor zich uit te staren, te moe om zich te bewegen. Ze genoten van het licht van het vuurwerk beneden in de vallei. Vlammen schoten omhoog in de donkere nacht. Wat een schitterend licht was dat! Het was alsof de sterren naar beneden waren gekomen om op aarde de mooie plekjes in het dorp te verlichten. Betoverd door wat ze zagen, droomden de os en de ezel hoe fantastisch het zou zijn om beneden in de vallei te mogen wonen. Er stond een koude noordenwind. Vermoeid klauterden een man en zijn vrouw de heuvel op. Hun kleren zagen er armoedig uit. Hun gezichten waren zacht en vriendelijk. Ze zochten beschutting tegen de wind en de kou in een grot, omdat ze in het dorp geen plaats hadden kunnen vinden om de nacht door te brengen. Toen ze de grot binnenkwamen, gingen de os en de ezel opzij naar één kant en gaven deze mensen een bed van stro en de warmte van hun lijven. Ze wisten hoe koud de nacht kon zijn. Toen sloten de twee dieren, doodmoe, hun ogen en vielen in slaap.

Maar een poosje later werden ze wakker van een helder licht. ’s Nachts had de vrouw een baby gekregen. Ze wikkelde hem in doeken en legde hem voorzichtig in de voederbak die er stond voor de dieren.

Een helder licht scheen rondom het kindje en er waren een heleboel herders gekomen met hun schapen, om het kindje te aanbidden.

Hoog in de hemel begonnen engelen met luide stem te zingen: “Vandaag is de Verlosser naar de aarde gekomen! De koning van alle koningen is hier!” De os en de ezel waren stomverbaasd. Die koning waar iedereen op had gewacht en waar iedereen zo naar had verlangd, lag hier in hun voerbak, vlak naast hen. Dolgelukkig kwamen de twee dichterbij om het kindje warm te houden met hun adem. Toen opende het plotseling zijn ogen en lachte stralend naar hen.

De man, de vrouw en de babykoning bleven een tijdlang in de grot. Toen het moment om te vertrekken was gekomen, wisten ze dat ze al hun blijdschap en de vrede overal moesten gaan brengen.De os en de ezel volgden hen dankbaar met hun ogen totdat ze langs het pad omlaag waren verdwenen. Toen herinnerden de twee lastdieren zich wat de pauw, het paard en de jachthond hadden gezegd over die trotse en heldhaftige koning die binnenkort zou komen en over wat hij zou doen.

De os en de ezel keken weer van de top van de heuvel naar de mooie plekjes in de vallei, maar deze keer keken ze er heel anders naar.Ze hadden een helder licht gezien en vanaf dat moment was het oogverblindende vuurwerk alleen nog maar een zwak vlammetje dat danste in de donkere nacht.