De kerstperiode wordt afgesloten met het Doopsel van de Heer

Kandidaat-vormelingen Maxim en Thomas zijn acoliet-in-stage. De viering wordt afgesloten met het Koor van Nieuwe Wereld:
Zoals ik zelf gezonden ben, zo moet ook gij op weg gaan:
geen knechten, vrienden noem Ik u, mijn woord zal door uw mond gaan

Wat gij gehoord hebt en gezien moet gij bekend gaan maken:
wat Ik in stilte tot u sprak roept dat vanaf de daken.

Neemt onderweg geen reiszak mee maar gaat met lege handen
en boodschapt als een vredesduif: 'ods rijk is nu op handen'.

Leert van de duif de simpelheid, weest waakzaam als de slangen
en vreest niet hoe gij spreken zult al nemt men u gevangen

Zo zal het rijk der hemelen onder de mensen komen:
op aarde zal hernieuwde hoop en goede vrede wonen

(t.:H.Jongerius - m.:T.Tallis)