Bieke Vandekerckhove op de avond met als titel 'Geloven in de maat van drie'.

Mijn geloofsweg

Ik ben gelovig opgevoed, maar heb er als prille tiener afstand van genomen. Toen ik 13 jaar was, vroeg men mij of ik mee een noveen wilde bidden voor de genezing van Nicolaas, een vriend, even oud. Hij had leukemie. Twee weken later stierf hij. Ik voelde me bedrogen, en nam afstand van wat in mijn ogen niet meer was dan een fabeltje. Op de middelbare school kreeg ik heel wat exegese mee, maar het zei me niets. Ik was met andere dingen bezig : jongens, verliefdheden, enz.. In Leuven kwam ik dan in contact met mensen uit de basisgroepen in Brugge, en raakte ik in de ban van de strijd voor rechtvaardigheid. Ik zette me voor van alIes en nog wat in, en was nooit meer thuis.
Tot ik een verlamming kreeg in mijn armen, en ineens niets meer kon. De dokter had geen goed nieuws voor mij: ik, 19 jaar oud, op de drempel van een eigen weg, had van het leven alleen nog maar verlamming, aftakeling te verwachten.
Anderhalf jaar later gebeurde er echter iets onverwachts. Een vriend vroeg of ik twee dagen met hem mee wilde gaan naar de abdij van Westvleteren (waar ik nog nooit van gehoord had!). Daar is er mij iets overkomen waar ik geen woorden voor heb. De stilte van die plek bracht mij op de een of andere manier bij de bron van alles, in het hart van alles, ook in het hart van het lijden. Ik weet niet wat dat is, alleen dat het is.
Nadien ben ik op zoek gegaan. Ik ben beginnen lezen, en heb me voor het eerst werkelijk verdiept in de wortels van onze cultuur: de joods-christelijke traditie.

Wat ik onderweg zoal ontdekt heb?

1. de riikdom van niet-weten, en toch vertrouwen

Er zijn twee redenen die mij voor dit spoor hebben doen kiezen: de vraag van het (die in mijn eigen vel snijdt), en de vraag hoe wetenschap en geloof samen kunnen gaan. Wanneer wij, moderne mensen, iets trachten te zeggen over God, lijkt het mij boeiender, juister en dieper om te vertrekken van een houding van "niet weten". Ik verdraag de evidentie niet waarmee de kerk alle antwoorden meent te weten op de grote levensvragen. Ik zou zo graag eens onze kardinaal horen zeggen: "Ik weet het niet".
Wat de vraag van het lijden betreft: Als het leven je met een fatale sprakeloosheid slaat, kun je niet anders dan dit spoor betreden. Het is niet-weten en vertrouwen, of niet-weten en eraan kapot gaan.
Twee jaar lang heb ik sprakeloos gestaan! Ik wist niets meer. Het was alleen nog maar angstwekkend en dodelijk leeg en stil in mijn hoofd. Ik stelde verbouwereerd vast dat de vertrouwde kaders, die mijn leven tot dan toe zin en richting hadden gegeven, aan diggelen lagen. Natuurlijk heb ik geprobeerd om al mijn ideeën terug overeind te krijgen, maar het lukte niet meer. Ze hadden geen benen meer om op te staan. Ze waren uiteengevallen in niet te lijmen brokken. Het leven kent blijkbaar stormen die al onze menselijke overtuigingen onherroepelijk doen breken!
Toch is zo'n storm niet alleen dodelijk. Het laat een puinhoop achter, en daarmee verder moeten is verschrikkelijk. Maar in die puinhoop kiemde ook iets nieuws, namelijk een "niet weten". Niet als een doods en leeg besef, maar vol leven, springlevend zelfs! Niet-weten dat zo gaat fascineren dat geen enkel weten coit nog kan verzadigen. God is voor mij in de eerste plaats een vreselijk en vreselijk mooi mysterie van zwijgen!
De ervaring van gebrokenheid heeft mij getekend. Zo denk ik nu bvb. dat het een vergissing is om van God enkel een liefdevolle, medelijdende Vader te maken. Hoe waar en goed bedoeld dit beeld ook is, het gaat voorbij aan de onbegrijpelijkheid en aan het radicaal anders zijn van God. De storm heeft mij voor dat anders-zijn opengebroken, en dat doet pijn! Huub Oosterhuis noemt God niet voor niets: "moeilijke vriend".
Zo ben ik uiteindelijk bij de paradox beland: Als je naar God op zoek gaat, en tegelijk deze wereld met zijn vele absurditeiten au serieux neemt, bots je op dingen die je niet kunt rijmen. Je moet durven "kloppen waar geen poort is", zoals Ton Lathouwers het zo mooi verwoordt. Je moet bereid zijn allerlei onmogelijke vragen en paradoxen te doorleven. En de mystici uit onze traditie winden er geen doekjes om: het is een pijnlijk proces!

De tweede reden heeft te maken met de vraag rond wetenschap en geloof. Een geloof dat voorbij leeft aan de wetenschappelijke inzichten, vind ik dom. Neem je de wetenschap wel au serieux, dan kom je tot duizelingwekkende vaststellingen. Dat de hele geschiedenis van de mensheid bvb. maar een klein blaadje is aan de immense boom van de geschiedenis van de kosmos. Als je de confrontatie met dergelijke inzichten niet uit de weg gaat, spat de hele kerkelijke visie uit mekaar. Wat voor mij niet wil zeggen dat het verhaal over Jezus van Nazaret heeft afgedaan. Maar als sluitend systeem, als synthese, als wereldbeeld heeft het geen toekomst! Ik zou daar nog veel over kunnen zeggen, maar dat is nu niet de bedoeling. Ik wil het gewoon even aanstippen. Het zijn belangrijke dingen, vind ik.
Het boek Job heeft mij bevestigd in de kracht van dit niet-weten, en toch vertrouwen. En Peter Schmidt, die zegt dat ons bijbels geloof, zonder de wrange stem van Job en van Prediker, naief is, en daarom ongeloofwaardig. Maar er zijn ook passages uit de evangelies die mij aansporen tot de eenvoud van dit niet-weten. Zoals de parabel van de rijke jongeling: We zijn niet alleen materieel te rijk, we zijn ook te rijk aan gedachten, om het rijk Gods binnen te gaan. Er zitten hele boekenkasten in onze kop!
Was het trouwens niet Rilke die schreef: "Als je teveel begrijpt, gaat de eeuwigheid aan je voorbij"?

2. een andere dimensie van geloven

Bij mij kan "geloven" zich niet uitdrukken in doen, in pastoraal bezig-zijn, ik kan bijna niets meer! In het begin heb ik daar enorm mee geworsteld. Ik voelde me mislukt. Ik voelde me nutteloos. Ik had altijd geleefd vanuit de idee dat je jou moest inzetten veer de goede zaak. Ineens bleek het onmogelijk om een actief leven te leiden. Ik was opeens afhankelijk. Ik moest veer alles geholpen worden, de stomste dingen: eten, drinken, wassen, kleden, enz.
Gaandeweg, door een bittere strijd heen, heb ik een andere dimensie van geloven ontdekt. De meer passieve kant. De biddende kant. Het spoor van de contemplatieven, van monniken. Op die weg stond ik versteld van de gelijkenis van onze monastieke traditie met sommige tradities uit andere godsdiensten. Ik ontdekte dat de grote religies elkaar aan de binnenkant veel dichter raken dan de buitenkant doet vermoeden, dat ze misschien wel vanuit een en dezelfde bron ontstaan zijn.
Wat dat bidden is? Ik ben er al zo lang mee bezig, en ik weet het nog altijd niet! Ik probeer maar wat, met vallen en opstaan. 'Wij weten uiteindelijk niet hoe te bidden. Maar als je ooit geraakt werd, laat het je nooit meer los, en kun je niet anders dan steeds weer op zoek gaan naar die levende bron. Een monnik zei me ooit: "Het was niet Abraham die God zocht. God zocht Abraham. De hemel pakte hem als het ware bij zijn nekvel: ' Ga op weg en zoek het beloofde land.'. En Abraham ging op weg en hij zocht. Hij wist niet waar, hij wist niet hoe of wat. Hij zwierf maar wat rond. Maar juist in dat zwerven gebeurde het.' Dat is bidden, denk ik. Vanuit een 'geraakt zijn' vanbinnen op weg gaan, ook al weet je niet hoe of wat. En juist in dat op weg zijn gebeurt het, ook aan ons, en niemand weet hoe!

3. de onmoqeliikheid om miin zoektocht te beperken tot het kerkelijke/christelijke

Ik stel vast dat het voor mijn generatie onmogelijk is om je zoektocht te beperken tot het christelijke, omdat die christelijke wereld er eenvoudig niet meer is! Ik ervaar dit heel concreet, bij leeftijdsgenoten, familie, vrienden: ze zijn totaal vervreemd van wat voor mij het fundament van mijn leven uitmaakt.
Je kunt je natuurlijk terugtrekken in het steeds kleinere wereldje van gelijkgezinden. Maar eerlijk gezegd lijkt mij dat niet zo gezond! Ik voel meer voor openheid. Maar openheid betekent: de deuren helemaal opengooien! Niet de deur op een kiertje zetten, en eerst voorzichtjes loeren zodat je de deur desnoods nog dicht kunt slaan. Nee, openheid is: de ander binnenlaten en uit zijn op ontmoeting. Ik probeer dan ook in dialoog te staan met de mensen om mij heen, onze maatschappij, andersgelovigen, ongelovigen.
Die keuze heeft gevolgen: De idee van de superioriteit van het christendom verdraag ik niet meer. Het slaat nergens op. Ik vind het ook niet gepermitteerd in een multiculturele maatschappij. Maar het bijbelse spoor van koppige zoekers en zwervers, dat trekt mij aan. Met meer vragen dan antwoorden , meer verhalen dan theologieën, meer speelsheid dan starheid, met ruimte voor het onbekende en het onverwachte, vol vermoeden en met weinig zekerheden. En vooral ook: met de moed om je leven te laten bevragen door de eeuwenoude, onuitroeibare roep om 'gerechtigheid voor allen'.
Openheid, interreligieuze dialoog, zwerven en zoeken vind ik dus heel belangrijk. Anderzijds stel ik vast dat je met spiritualiteit niet kunt zappen! Uiteindelijk komt het erop aan je met een paar tradities te verbinden, en naar de diepte te gaan. Dat vraagt kiezen, en verliezen. In een zapcultuur is dit niet evident. Ik heb gekozen om me te verbinden met het monastieke spoor (zowel de Benedictijnse traditie als die van het zen-boeddhisme), en met de gedichten en liederen van Huub Oosterhuis. Die keuze is niet toevallig. Ze is de vrucht van vriendschap en ontmoeting!

4. een andere visie op"openbaring”

Chouraqui wijst erop dat "openbaring" in het Grieks iets anders betekent dan in het hebreeuws. In het Grieks verwijst die term naar "onthullen". Zoals men bij een theatervoorstelling het gordijn opentrekt en ziet wat erachter zit. Het verwijst naar "intellectuele informatie geven". In het hebreeuws daarentegen verwijst die term naar het liefdesspel tussen man en vrouw: de man die zich "ontkleedt" als een uitnodiging om intimiteit te beleven. Als er in de bijbel over "openbaring" gesproken wordt, gaat het volgens Chouraqui niet om informatie over God. Het gaat om een uitnodiging, waarbij God het initiatief neemt, tot intimiteit, tot tederheid.
Dit heeft voor mij veel verhelderd. Het is duidelijk dat de kerk "openbaring" meestal in Griekse zin opvat! Terwijl ik persoonlijk veel meer voel veer de joodse opvatting. Zo bekeken is "openbaring" immers niet statisch. Het is iets heel dynamisch. Het is een liefdesspel. Tussen God en mens. Tussen God en elke mens! Het eindigt nooit: elke generatie, elke mens voegt iets nieuws toe. Het verhaal gaat altijd verder.
Volgens mij moeten we als kerk dringend de 'werkelijke' vragen van deze tijd onder ogen zien. We moeten ze toetsen aan de bijbelse verhalen van de mensen die voor ons gezocht hebben. Niet om die traditie klakkeloos te herhalen, maar om er iets nieuws aan toe te voegen!

5. het belang van de 'ervaring’

Tenslotte heb ik het belang van de ervaring ontdekt. Ik meet eerlijk bekennen dat het christendom mij nooit geboeid heeft. Tot ik me 'geraakt' voelde, en zocht om die ervaring ergens te begrijpen, te integreren en zag dat het in de godsdienst niet alleen over moraal gaat, maar ook over verlangen. Sindsdien laat het me niet meer los. In het christendom heeft men de ervaring van mensen al te lang verdacht gevonden en genegeerd. Ik denk dat het niet toevallig is dat mensen in onze maatschappij vandaag zo tuk zijn op ervaringen. Het heeft te maken met de ontkenning die eraan vooraf is gegaan. En natuurlijk kleeft er een gevaar aan dit hedendaagse leefgevoel: dat je namelijk blijft steken in een jacht op ervaringen en interessante kicks. Maar het andere, menen dat God zich buiten de menselijke ervaring om openbaart, is in mijn ogen een even grote vergissing!
Spiritualiteit moet vandaag, denk ik, van onderuit vertrekken, vanuit onze ervaring, vanuit ons verlangen. Maar ervaring alleen is niet voldoende. Ervaringen hebben een kader nodig waaraan ze getoetst kunnen worden. Ze hebben een traditie nodig die hen uitdaagt. De grote vraag is: Hoe kun je ervaringen van mensen in onze cultuur nog verbinden met een stuk traditie waardoor ze vruchtbaar worden?

Welk bijbelboek heeft mij geleid, gegidst, uitgedaagd?

Ik vind het moeilijk om één boek aan te halen. Het is het bijbelse spoor in zijn geheel dat mij raakt. Het is het geheel van liederen die je zingt, teksten tijdens vieringen waar je in je eentje op kauwt, boeken die je leest met commentaren, interpretaties, enz. Als ik dan toch een boek zou kiezen, is het dat van de psalmen. Ze zijn voor mij een onmisbare steun op de weg waar verdriet nooit ver weg is.
In de psalmen worden de verrukkingen van het leven uitvoerig bezongen, zonder dat de last verzwegen wordt. Integendeel, het leven wordt er in al zijn rauwheid beschreven. In een adem wordt er bvb. gezegd: 'Gij zijt goden, zonen van de Allerhoogste gij allen', en: 'Toch, de dood van elk mens zult gij sterven.' Zo ken ik ook geen hartstochtelijker schreeuw om rechtvaardigheid dan die in de psalmen, en tegelijk wemelen ze van moordlustige gedachten en onrechtvaardigheden.
Dat is een manier van geloven en bidden die mij sterk aanspreekt: ontzettend moeilijk, maar nuchter, eerlijk, met beide voeten op de grond. Is die vreemde mengeling niet evenzeer de realiteit van deze wereld als die van ons eigen hart? Wij klagen over Bush, met zijn oorlog tegen Irak, en ondertussen vergeten we de duizenden kleine oorlogen die wij onder elkaar uitvechten... door mijn ziekte heb ik toch ontdekt dat ik niet zo liefdevol ben als ik tijdens mijn drukke activiteiten dacht. Ik word geconfronteerd met de duistere kant in mezelf. "Leer uw mond te zeggen wat er huist in uw hart," zegt Benoit Standaert. Welnu de psalmen leren dat. De zwartste gedachten en gevoelens worden er open en bloot verwoord. Als je ze reciteert, komt je eigen donkerte automatisch aan de oppervlakte, en dat is bevrijdend!

Wie of wat heeft mij geloviger/ongeloviger gemaakt?

Ik kan die twee niet uit elkaar halen. Geloof en ongeloof liggen voor mij dicht bij elkaar. Sterker nog: Geloof is voor mij twijfel, en het zal twijfel blijven tot het bittere einde! Als je tot in de kleinste vezels van je lichaam met aftakeling te maken hebt, en als je ziet wat er op deze wereldbol aan absurditeit en onrechtvaardigheid bestaat, kun je niet anders dan twijfelen!
Maar ik heb ontdekt dat er in twijfel, net als in niet-weten, een kracht schuilt. Juist dan en juist daar openbaart zich het groot geloof dat diep in ons, op de bodem van de twijfel oprijst, uit het hart van het bestaan zelf...

Waar vind ik 'kerk' vandaag?

Eerlijk gezegd vind ik het niet gemakkelijk. In Leuven heb ik ervaren hoe deugddoend het kan zijn om gemeenschap te vormen. Week na week kwamen we met een groep studenten samen bij de witte paters. Er was ruimte voor ieders inbreng. Maar vooral: je had het bevrijdende gevoel dat je niet eerst je verstand op nul moest zetten.
Ondertussen zijn we 16 jaar verder, en ik heb mijn draai nog steeds niet gevonden. De parochies die ik ken zijn op sterven na dood. Het aanbod is enorm verschrompeld. Je moet geluk hebben om in je buurt een stijl van vieringen te vinden die je ligt. Ik vind die niet. Ik heb geprobeerd om me ergens in de buurt in te zetten, maar als je niet zelf "gevoed" wordt, hou je het niet vol.
De bijbelse liedavonden, abdijen zijn voor mij inspirerend. De Lier zou het zeker ook zijn, maar ik zit met de afstand die mij parten speelt. Het blijft zoeken... Gelukkig heb ik een paar goede vrienden, bondgenoten!
Ik wil eindigen met een citaat van Kahlil Gibran. Het vat voor mij samen waar het mij in mijn zoektocht om te doen is: "Met een wijsheid die geen tranen kent, met een filosofie die het niet verstaat te lachen, en met een grootheid die zich niet voor kinderen bukt, wil ik niets van doen hebben."

Miin eigen credo:
Ofwel is God in alles te vinden, ofwel in niets.
Overal of nergens.
Ik vind Hem overal, in alles, en soms ook nergens.
Ik vind Hem in de bomen, bloemen, bergen, wolken, sterren, beestjes...
In mensen, culturen, godsdiensten...
In muziek, literatuur en poëzie...
In de taal van het lichaam en de liefde die tussen mensen mogelijk is.
In de schaduwkant van de dingen, in wat pijn doet.
In kinderen.
In duizenden woorden, ook die over Jezus van Nazaret.
Ben ik dan geen christen?

Bieke Vandekerckhove