Stefaan Bekaert gaat op ‘alternatieve bedevaart’ (uit Tertio 7sep2011)
‘Geloven is overgave in nederigheid’


Stefaan Bekaert is advocaat en met anderen gangmaker-bezieler van een gebedsgroep en een Luisterpunt in Kortrijk. Hij twijfelt nog aan van alles, ook aan God, maar hij geeft zich over en pleit voor een zeer geaarde, levensnabije geloofsbeleving met ruimte voor het sacrale.
Jan Glorieux | “Ik zou mezelf een christelijk geďnspireerd vrijdenker noemen. Ik heb geen zekerheid over God en het hiernamaals, maar ik geef mij over, zoals kardinaal Godfried Danneels ooit verklaarde. En ik laat mij leiden door het Onzevader en de Zaligsprekingen, meteen ook de ankerpunten van onze gebedsgroep. Ik aarzel trouwens bij het idee van een persoonlijke God. Ik houd het liever bij mysterie, bij de God van het brandende braambos die ik voor een stuk terugvind in de sacrale sfeer en de stilte op bepaalde religieuze plaatsen. Telkens weer ervaar ik een wat ambivalente relatie met geloof en kerk: veel fascineert mij, maar tegelijk twijfel ik vaak en word ik gewoon geďrriteerd door binnenkerkelijke toestanden. Maar ik denk dat zo’n houding in se goed is, verrijkend, misschien noodzakelijk.
Maaltijd
Ik twijfel sterk aan nut en rol van de kerk zoals we ze nu kennen. Ik bedoel ermee: ik heb het gevoel dat we terug moeten naar de wortels, naar de ‘basics’. Zo zou ik bijvoorbeeld graag een keer per week maaltijd houden met velen, maar dan van allerlei rang en stand: met rijk en arm, zeker ook met wie moeilijk doet, met wie het moeilijk heeft, wie afkeer oproept. Net met die mensen moeten we ook breken en delen, naar hen moeten we luisteren. En daaraan wil ik graag een gebedsmoment koppelen, waar iedereen naartoe kan komen.
Sociale reflex
Vermoedelijk heeft die sociale reflex iets met mijn afkomst te maken. Ik kom uit het vlassersmilieu. We hadden het niet breed, moesten onszelf in moeilijke tijden zien te redden, maar de achterdeur stond open en iedereen, van hoog tot laag, kon binnenkomen, was welkom. Let wel: intussen ben ik niet onbemiddeld en gaapt er een stuk kloof tussen denken en doen, tussen geloof en engagement, maar ik tracht open te staan voor verdieping en voor inzet, ook financieel, als het verantwoord is. Vandaar trouwens dat na vijf jaar een gebedsgroep en inmiddels twee luisterpunten zijn ontstaan: plaatsen waar we naar mensen luisteren en hun aandacht schenken. Het gebed heeft dus tot actie geleid. Mijn kijk op religie is altijd tweeledig: naast het sociale, ook het sacrale. Zo vertoef ik graag in sacrale ruimten, zoals de bijzonder sobere bakstenen abdijkerk van Westvleteren. Ze is simpel in haar vormgeving, maar krachtig en de orgelmuziek voert mij naar andere sferen, of omhoog. Sacraliteit betekent voor mij iets als schoonheid, stilte, een samengaan van gevoel en tekst: wat ons overstijgt. Daar vind ik ruimte voor vrijheid, het hogere, en dat doet mij verder denken dan mijn eigen kringetje.
Daarom ook dat ik bidden beschouw als het beoefenen van de nederigheid wat ik een beetje ervaar als ik letterlijk door de knieën ga en op een bidbankje neerzink. Bidden is voor mij spreken en luisteren, ook mezelf bevragen. En het is ook me laten inspireren door de Bijbel, die me ook confronteert met mijn kleine zelf. Dat leerde ik dankzij de Bijbelgesprekken die Roger de Berdt hier in Kortrijk begeleidt. Daar krijgen we eerst een inleiding, maar nadien gaan we in gesprek met de tekst en met elkaar zoals in de rabbijnse traditie, denk ik: een gefundeerde, maar ook interactieve, democratische, open vorm van Bijbellectuur, waarbij Kaďn en Abel, Adam en Eva, Judas en Petrus ook in mij verschijnen.
Taizéliederen
Het bidden mag ik beleven in een kleine gebedsgroep hier in de buurt die wekelijks samenkomt en bidt op een heel eenvoudige manier. We komen in de sfeer met Taizéliederen, zingen de Zaligsprekingen, in het Frans nog wel, luisteren naar het evangelie, laten het tien minuten lang op ons inwerken en reageren nadien vanuit het hart, formuleren voorbeden, hardop of in stilte, met kaarsjes als symbool, en eindigen weer in de Taizéstijl. En straks ondernemen we een soort ‘alternatieve bedevaart’ naar Dadizele: een Emmaüstocht waarbij we met elkaar wandelen, soms in stilte, en waarbij we geregeld van partner wisselen en besluiten met een gebedsmoment. Heel simpel dus, en niet van bovenaf, maar van onderop, vanuit het leven, het individu. Bidden bevrucht het leven.
Hiërarchie
Dat mis ik vaak in de kerk. Daar domineren mensen. Daar vind ik eenzelfde hiërarchische structuur terug als in het gerecht: top-down. En daardoor zie ik de eigenlijke boodschap in de mist verdwijnen: je naaste graag zien als jezelf. Daarom vind ik dwarsliggers zo belangrijk, ook in de kerk: mensen die bijsturen of corrigeren. Ik vond bijvoorbeeld Edward Schillebeeckx‘ Mensen als verhaal van God zo boeiend, en ook Le Christ philosophe van Frédéric Lenoir. Of Evangile d’un libre-penseur van Gabriel Ringlet. Allemaal mensen die ingaan tegen macht in de kerk en wijzen op het belang van machteloosheid en authenticiteit.
Zo hoop ik dat priesters en gelovigen hun best doen voor mensen en zich theologisch vormen om echt voorganger te worden, animator, veeleer dan vertegenwoordiger van een structuur. De bagage van de voorganger, menselijk en theologisch, moet hem of haar ertoe in staat stellen de hertaling te maken van de ‘historische’ Bijbel naar nu want de Bijbel is een appel, als we hem goed lezen. Hij moet aantonen dat we de rijke jongeling zijn, dat we over water moeten durven lopen. En die taal moet wat ambivalent zijn, zoals de taal van Huub Oosterhuis: met een horizontale dimensie, herkenbaar voor mensen van vandaag, maar ook een verticale, in de zin dat de mens God als ‘groter dan ons hart’ erkent en van daaruit bidt en leeft.”
Imker
Stefaan Bekaert (62) is advocaat en gehuwd met een advocate die hem “alle dagen met zijn voeten op de grond zet”. Hij vertrok niet van grootse idealen, verklaart hij: “Ik wou mijn brood verdienen en de advocatuur leek een goede manier om dat te doen. Ik heb mijn brood verdiend en volgens het Onzevader is brood genoeg en het maakt het mij mogelijk af en toe iemand te helpen. Ik was ook graag magistraat geworden: dan verkeer je minder in het strijdgewoel en kan je meehelpen om rechtvaardige oplossingen uit te werken.”
Kerkvaders
Hij is ook een fervent imker. Hij ziet mooie parallellen met de kerk en onderkent vooral opdrachten voor de toekomst: “Zo mag een bijenkolonie nooit te zwak worden. Ook voor de kerk is het belangrijk dat ze het gemeenschapsgevoel koestert en nastreeft. En ik vind het zo sterk dat een eenvoudige werkbij als een heuse communist de gemeenschap verdedigt door haar angel te gebruiken en meteen te kiezen voor een gewisse dood. Trouwens, zou het toeval zijn dat Ambrosius van Milaan en zoveel andere kerkvaders door bijen werden gefascineerd?” (JG)