Ruimte om te ademenToon Osaer
Kerken zijn bakens in onze geschiedenis en in ons landschap. In steden zijn ze als bossen, plekken waar tijdgenoten kunnen ademen. Letterlijk in contrast met de beslotenheid van de leefomgeving. Figuurlijk om er het transcendente te ontmoeten, het gratuite, het spirituele. Bij uitstek te ervaren in de liturgie waartoe deze ruimten geroepen blijven
Ruim veertig jaar na de liturgische vernieuwing van het tweede Vati­caans Concilie worstelen vele parochies en gemeenschappen nog met het pro­bleem van de liturgische ruimte. In alle bisdommen begeleidt een dio­cesane commissie voor cultusgebouwen hen daarbij.
Priester van het bisdom Brugge Mark Delrue, lid van het Comite National d'Art Sacré (Nationaal Comité voor Religieuze Kunst) in Parijs en directeur van het Brugse museum voor Moderne Religieuze Kunst, is al een kleine twintig jaar lid van bovengenoemde commissie in Brugge en ook al een tijdje actief in het aartsbisdom.
"De liturgievernieuwing is na het concilie betrekkelijk snel inge­voerd en dat leidde wel eens tot voorlopige oplossingen bij het her­inrichten van kerken en kapellen", weet onze gesprekspartner. "Het wordt nu tijd om dat provisoire in te ruilen voor meer definitieve oplos­singen. " "De uitdaging daarbij is ongetwij­feld het respecteren van de ruimte en de juiste proporties in relatie tot de vernieuwde liturgie. Het vergt een grote creativiteit om een.ruim­te die oorspronkelijk bestemd was voor 300 mensen zo in te richten dat de dertig die nu nog regelmatig komen vieren niet verloren zitten."

Geen compromissen
"De grote bekoring is telkens opnieuw dat we in bestaande kerken ruimten gaan afschermen en in een soort bushokjes kapellen inrichten waar we knusjes bijeen zitten. Nog al te makkelijk is er een hang naar zoete romantiek. Bij sommigen komt dat voort uit een zekere nostalgie naar wat 'hun jeugd verblijd heeft'."
"Sorry, maar dat is goedkope gezelligheid. Ik ben de eerste om te erkennen dat liturgie een zekere intimiteit veronderstelt. Die creëer je echter niet door modekleuren te gebruiken of sfeervolle verlichting. Verlichting moet juist het altaar, de ambo en het tabernakel accentueren. Dat is de essentie."
"Dat alles kan zeker in een authentieke en hedendaagse vormentaal. Laten we de mensen, die we daarvoor met zorg selecteren, daartoe de ruimte geven. Dat is iets anders dan hen zomaar te laten doen. Neen, de beste resultaten be­kom je in een respectvolle dialoog. Je moet de plaatselijke gemeen­schap meenemen in een proces. En zoiets vergt tijd, soms veel tijd. Hier ligt de grote bijdrage van een com­missie cultusgebouwen: de gemeenschap helpen om naar een consensus te groeien."
"Zo'n proces start al in de prille planningsfase en is een intensief gebeuren waarin ook de architect en kunstenaar moet kunnen tre­den. Niet altijd makkelijk... Je mag geen simplistisch harmoniemodel nastreven. Geen compromissen sluiten, want liturgie verdraagt geen compromis. Dat is de grote opgave bij het (her)inrichten van liturgische ruimten: liturgie de ruimte geven waarin haar gratuite en transcendente karakter volledig kan spelen."

Mystieke taal in steen Erik De Smet
De voorbije jaren nam menige parochiegemeenschap de uitdaging aan om de altaarruimte van haar kerk creatief aan te pakken. Vaak het resultaat van lang nadenken, de juiste contacten en veel artistieke moed. Altaar en ambo dienen echter de eucharistic en horen zich dus in te schrijven in de traditie van de katholieke liturgie. Enkele voorbeelden in ons land tonen alvast hoe het kan. Artistiek én liturgisch correct. Kijkt u mee?
Hedendaagse schoonheid en liturgische vereisten toch verbonden

Met eigen ogen kij­ken en zelf ervaren, het helpt een juist oordeel te vormen. Wij dus naar de statige want middeleeuw­se hoofdkerk van Kortrijk, de Sint-­Maarten. November vorig jaar ont­haalde (dat lijkt ons de meest aan­gewezen beschrijving) de parochie­gemeenschap er een nieuw altaar en ambo (lezenaar). Meer dan drie jaar denkwerk ging aan dit heuglij­ke feit vooraf.
Al bij het betreden van de Sint-Maarten word je naar het nieuwe altaar gezogen. De granieten tafel is zowat pal op de kruising geplaatst van de twee belangrijkste lijnen die een gotische kerk bepalen: de lengteas van portaal naar hoogkoor en de dwarsas van de kruisbeuken. Ja, het altaar hoort hier. Vormt de eucharistie niet het hart van de kerkgemeenschap?
"Het geheel spreekt een mystie­ke taal," zegt pastoor Johan De Key­ser, "maar de stenen geven zich niet zomaar prijs. We merken dat de betekenis mettertijd groeit. Paro­chianen vertrouwen me toe dat ze het nieuwe altaar maand na maand mooier vinden, terwijl er aanvanke­lijk toch wel weerstand heerste."

Hoeksteen We betreden het altaarpodium. Nu valt op hoe het Belgische blauwe graniet, uitgehakt in de steengroeven van de Condroz, harmonieert met de blauwe steen die de middel­eeuwse bouwheren verkozen. Oud en nieuw vloeien in elkaar over.
Ambo en altaar zijn het werk van ene W. Gies (de Duitse kunstenaar geeft zijn voornaam nooit prijs).Voor die ook maar iets durfde toe te vertrouwen aan het papier, liet hij naar verluidt de ruimte urenlang in stilte tot zich spreken.
Pas achter het altaar valt op hoe bescheiden de afmetingen zijn. Een altaar is een geladen symbool. Omdat hier het offer van Christus wordt gevierd, is het ook zelf symbool van Christus. De katholieke Kerk verkiest een vast altaar, waar men omheen kan lopen om het te vereren met wierook. Bij voorkeur is een altaar ook van steen, zoals de Schrift over Jezus zegt: "De steen die de bouwlieden hadden afgekeurd, die is de hoeksteen geworden."
Een andere geslaagde heden­daagse altaarsteen is sinds enkele jaren te vinden in de Sint-Michiel en Goedelekathedraal in Brussel, een kunstwerk van de hand van Michel Smolders. Anders dan de Brusselse monoliet biedt het Kort­rijkse een doorkijkje. Zo lijkt het altaar te rusten op drie pijlers (symbool van de drie-eenheid), die op hun beurt deel uitmaken van het 'lichaam' van de oorspronkelijke steen. Sterk.
­ Een grote sluier, gedrapeerd met linten in de kleur van de liturgische tijd, verdeelt het koor in tweeën. Zo kunnen de gelovigen zich groepe­ren voor, links en rechts van het altaarpodium. De klassieke 'busop­stelling' (twee blokken met rijen stoelen achter elkaar) die we van­daag helaas nog al te vaak aantref­fen, behoort definitief tot het verle­den. De sluier zorgt voor nog een ander effect. Hij doet ons denken aan het voorhangsel in de tempel van Jeuzalem. Achter het door­zichtige doek bevindt zich dan ook de sacramentstoren waarin het allerheiligste wordt bewaard.
Ongetwijfeld het waagstuk van de herinrichting van de altaarruimte van de Kortrijkse Sint-Maarten is de opstelling van de lezenaar. De richtlijnen van bet tweede Va­ticaans Concilie met betrekking tot de liturgie beklemtonen de evenwaardige plaats van altaar en ambo. Het altaar is bestemd voor brood en wijn, de ambo voor het woord Gods.
De voorkeur gaat uit naar één vaste ambo. Die is ook niet zomaar een losse lezenaar, maar is in com­binatie met het altaar het waardige ‘toneel' van de eucharistie. De ambo is het 'decor' van de lezingen, de antwoordpsalmen en de voorbe­den. Aan de ambo houdt de priester ook de homilie. Het is niet de plaats om de. samenzang te leiden of mededelingen te doen.

Achter het altaar
Maar waar hoort een ambo te staan? Daarover geven de liturgische richtlijnen geen uitsluitsel. Links, rechts of voor het altaar? Kunstenaar W.Gies kreeg het laatste woord. Zijn vondst - de ambo achter het altaar - oogtspectaculair, maar is ze ook zinnig? Hoe kunnen gelovigen met het altaar in hun blikveld een glimp opvangen van de persoon achter de ambo? We probeerden het zelf, en zie,de lezenaar steekt net voldoende boven het altaar uit. Vanaf deze plek kijkt de priester of de lector ook alle mis­gangers rechtstreeks aan. Ambo komt van het Griekse anabanein, bestijgen. Het idee van verheven­heid bleef in de Kortrijkse ambo bewaard.
Eveneens. opvallend: deze ambo is opgebouwd uit vier afzonderlijke blokken graniet,hetzelfde materiaal als het altaar. De ruw op elkaar gestapelde.blokken verwijzen naar de vier evangelisten. Dit is de tafel van het Woord. Hier ook geen vaste microfoon, die de schoonheid van de steen besmeurt.

We verplaatsen ons naar een andere provincie, naar een kerk waar het nieuwe altaar op een Andere manier werd ingepast. De oude abdijkerk van Onze-Lieve-Vrouw in Vlierbeek (in Kessel-Lo bij Leuven) is een achttiende-eeuwse parel van architectuur. De open ruimte baadt in het licht. Dit is zuivere ruimtelijkheid. Deze kerk nodigt uit om breed en open te denken. Je vraagt je af wat in de negentiende eeuw de kerkgemeenschap­bezielde om terug te grijpen naar de middeleeuwse bouwstijl.
In Vlierbeek neemt de altaarruimte de meest centrale plaats in. ­Ze vormt.een bufferzone tussen de haast cirkelvormige kerkruimte en het lange, smalle monnikenkoor. Het lege koor krijgt daardoor de allures van een heilige ruimte,­ waardoor de bezoeker dit haast als verboden gebied ervaart. Hier staat net oude hoogaltaar met het tabernakel.
De Waalse benedictijn en litur­giekenner Frederik De Buyst pleit­te voor dergelijke ruimte in elke kerk. De liturgische richtlijnen van­daag vragen erop te letten dat het oude hoogaltaar, indien het al bewaard bleef, niet langer het centrum is van het kerkgebouw. Dat is inVlierbeek overduidelijk, de nieuwe altaarruimte is het brandpunt van de vierende gemeenschap.
Wat in Vlierbeek opvalt is de bescheiden zitplaats voor de pries­ter. In de katholieke traditie verbeeldt ook de priester de persoon van Christus. De meest geschikte plaats voor zijn zetel is dus bij het altaar tegenover het volk. Een harmonieuze oplossing is de ambo links van het altaar, rechts de pries­terstoel. In Vlierbeek vormen de zitplaatsen van de voorgangers een denkbeeldige kring met de andere kerkgangers.
Het Vlierbeekse altaar is een bestaand concept dat ook al te zien was op de tentoonstelling Epifanie, enkele jaren geleden in de Parkab­dij. Het is een met metaal beklede steen, die verwijst naar de vorm van vroegchristelijke altaren. Ook in de nieuwe Ruusbroeckapel van de Oude Abdij te Drongen (Gent) is een dergelijk altaar opgesteld. Een schilderwerk van Luc Hoenraet brengt in de bescheiden ruimte een mystieke dialoog op gang.

Kerk zonder kruis

Nog een laatste bezoek brengen we aan een nieuwe kerk in Brussel, ingewijd in 2001. De Sint-Paulus van de Katholische Gemeinde Deuts­cher Sprache bevindt zich in een statig rijhuis aan de Tervurenlaan. De kerk is van de straatzijde niet zichtbaar. Je kliunt hier gerust spre­ken van een huiskamerkerk. Een gang met een vloer van veertien grijze granietplaten (de staties van de kruisweg) geeft toegang tot de gebedsruimte, vormgegeven door de Oostenrijker Leo Zogmayer.
In de Brusselse Sint-Paulus komt de gemeenschapsgedachte goed uit de verf. Liturgie is, volgens het denken van het laatste concilie, geen alleenspel van de voorganger, maar wordt door alle kerkgangers gedragen.De stoelen staan geschikt in een ellips, met in het ene brand­punt de ambo, de tafel van het Woord, en in het andere het altaar, tafel van brood en wijn. De lezenaar is dus tegenover het altaar opge­steld. De gelovigen scharen zich rond deze beide brandpunten.
Sinds enkele jaren werd al op vele plaatsen met dergelijke ellips­vorm gewerkt, vaak geslaagd trouwens. Deze opstelling is ook beter geschikt dan de cirkelvorm. Ze toont hoe de liturgie gebaseerd is op twee brandpunten: woord én tafel.
Ook de hoeken spelen een rol. Achteraan in de ene het tabernakel, in de andere een uitgestalde bijbel.In deze eigentijdse kerk zijn ook geen beelden te bespeuren, zelfs geen kruis. Dat wordt bij aanvang van de eucharistie in proces­sie binnengedragen. In het midden van de kerk bevindt zich een grote lege plek, dezelfde leegte die we ook in Kortrijk en Vlierbeek troffen, een mystieke ruimte. En die geeft zich slechts weerbarstig gewonnen. Om ze te beschrijven kom je woorden tekort. Wij dus ook.