![]() |
Hoe ver is de nacht, hoe ver, wachter, hoe ver is de nacht? De morgen komt, zegt de wachter, maar nog is het nacht. (Jesaja) Laat het hoofd niet hangen, zit niet bij de pakken neer, houd de lamp brandend, Hij die komt, zie naar je uit, die wordt verwacht, is onder u. Advent is: tegemoet gaan én welkom heten, aankloppen én opendoen, vragen én antwoord geven, zoeken én gezocht worden, waakzaam én in verwachting zijn. (P.Verhoeven) |
![]() De vormelingen hadden hun nevendienst bij Sofie en Jean-Yves
![]() De jongere kinderen waren te gast bij onze altijd-enthousiaste Nicole
![]() Vormelingen-in-spe Alexia en Thalissa waren acoliet ![]() 10december waren Emma Seynaeve en Camille van dienst: ![]() 17december waren Delphine en Benoît aan de beurt: ![]() |
![]() |
Elisabeth: De advent is een tijd van wachten, zegt mijn juf. Maar wie wil er nu graag wachten? Dat is toch niet leuk? Wachten bij de tandarts of bij de kassa van de supermarkt. Als ik wacht, verveel ik me dood. Wachten is soms nodig, zegt mijn mama. Toen ik van jou in verwachting was, kon ik alvast van je dromen en alles klaarmaken voor je komst. Dat wachten was best leuk. Wachten op mijn verjaardag, wachten op vakantie, dat is soms wel spannend. Wachten op Kerstmis is anders. We vieren opnieuw de geboorte van Jezus, ook al is dat tweeduizend jaar geleden gebeurd. Als je moet wachten, heb je tijd tijd om na te denken. Wat betekent Jezus voor mij? Hoe kan ik echt een kind van God zijn? Lieve God, wacht jij met mij mee? Dan wordt Kerstmis echt een feest! |