 |
Kom, heilige Geest,
en zend uit de hemel
een straal van Uw licht.
Kom, Vader der armen,
kom, geef ons Uw gaven,
kom, licht van ons hart.
Gij, Trooster als geen,
zoete Gast van de ziel
Gij, vreugde en verkwikking.
Onder 't zwoegen de rust,
bij hitte een schaduw,
in droefheid een troost.
Allerzaligste Licht,
vervul heel en al
het hart dat U behoort.
Zonder Uw heilige kracht
is er niets in de mens,
is hij enkel zonde.
Reinig wat bezoedeld is,
besproei wat verdord is,
genees wat gewond is.
Maak lenig wat star is,
verwarm wat koud is,
trek recht wat krom is.
Verleen uw getrouwen
die op U zich verlaten
Uw heilige zeven gaven.
Geef uw werk zijn bekroning,
geef het zalige einde,
geef Uw eeuwige vrede. Amen
| Hierheen Adam, steek mij aan
stuur mij uit jouw verste verte
golven licht.
Welkom armeluisvader
welkom opperschenker
welkom hartenjager
Beste tranendroger
lieve zielsbewoner
mijn vriend mijn schaduw.
Even rusten
voor tobbers en zwoegers,
voor krampachtigen en verademing, ben je.
Onmogelijk mooi licht
overstroom de afgrond
van mijn hart, jou zo vertrouwd.
God ben jij, zonder jou
is ales nacht en ontij,
wreedheid, schuld,
Maar jij maakt schoon,
verflenst mijn bloem,
geef water,
zalf mijn wonden.
Stijf sta ik, toegang verboden,
ijzig, ontdooi mij, koester mij,
vreemd ga ik, zoek mij.
Ik zeg ja jij, doe nee,
vergeld mijn twijfel
met vriendschap
zeven maal duizend maal.
Niets ben ik zonder jou,
dood wil ik nar jou toe,
dan zal ik lachen
|