![]() |
Een open horizon Wij leven in een tijd waarin het Geloof in Christus het meest bedreigd wordt door diegenen die het zorgvuldig willen bewaren. Zij zijn bang voor de verandering van vertrouwde denk- en levensgewoonten. Hervorming beschouwen ze als afbraak. En het liefst zouden ze Christus in een gouden kluis opbergen, Onaantastbaar, zodat hij ook niemand raakt. Onveranderlijk, zodat hij ook niemand verandert, eeuwig waar, zodat hij ook mijlenver van onze werkelijkheid afstaat. Maar God is niet mens geworden om bij wijze van spreken in zijn hemel te blijven. De veranderingen van het geloof zijn essentieel voor de geschiedenis van Gods menswording Menswording betekent juist dat het geloof een geschiedenis heeft, een geschiedenis die niet is afgesloten, die ons alle mogelijkheden biedt, een geschiedenis met een open horizon! Dorothee Sölle |
| Wijsheid 2,1a.12-22 1 Ten onrechte houden ze zichzelf het volgende voor: Het leven is kort en vol moeite. 12 Laten we de rechtvaardige in het nauw drijven, want hij is ons alleen maar tot last. Hij dwarsboomt ons in alles wat we doen, hij verwijt ons dat we de wet overtreden en houdt ons voor dat we verloochenen wat ons geleerd is. 13 Hij beweert over kennis van God te beschikken en noemt zich kind van de Heer. 14 Hij is een levende aanklacht tegen onze opvattingen geworden. Zijn verschijning alleen al is ons een doorn in het oog, 15 omdat hij anders leeft dan anderen en zich afwijkend gedraagt. 16 Wij zijn in zijn ogen minderwaardig en hij mijdt onze levenswijze alsof die besmet is. Hij geeft hoog op van de bestemming van rechtvaardige mensen en beroemt zich erop dat God zijn vader is. 17 Laten we zien of hij gelijk heeft en afwachten wat er bij zijn dood gebeurt. 18 Als de rechtvaardige echt een zoon van God is, zal die hem toch te hulp komen en hem uit de greep van zijn vijanden redden? 19 Laten we hem aan geweld en marteling onderwerpen om zijn oprechtheid te leren kennen, laten we zijn uithoudingsvermogen op de proef stellen. 20 We zullen hem veroordelen tot een vernederende dood, want hij beweert toch dat hij gered zal worden? 21 Aldus de gedachtegang van de goddelozen. Maar ze vergissen zich, verblind als ze zijn door hun slechtheid. 22 Ze zijn niet bekend met Gods geheimen: ze verwachten niet dat vroomheid beloond wordt en geloven niet dat wie onberispelijk leeft, gelauwerd wordt. |
Johannes 7,1-2.10.25-30 1 Daarna trok Jezus door Galilea; in Judea wilde hij niet komen, omdat de Joden daar hem wilden doden. 2 Nu naderde het Joodse Loofhuttenfeest, 25 Sommige Jeruzalemmers zeiden: ‘Is dat niet die man die ze willen doden? 26 Moet je zien, hij spreekt vrijuit en ze zeggen niets tegen hem. Zouden onze leiders werkelijk tot de overtuiging zijn gekomen dat hij de messias is? 27 Wanneer de messias komt, zal niemand weten waar hij vandaan komt, maar van hem weten we wel waar hij vandaan komt.’ 28 Bij zijn onderricht in de tempel zei Jezus luid en duidelijk: ‘U kent mij en u weet waar ik vandaan kom. Maar ik ben niet namens mezelf gekomen; ik ben gezonden door iemand die betrouwbaar is, en hem kent u niet. 29 Ik ken hem, omdat ik bij hem vandaan kom en hij mij heeft gezonden.’ 30 Toen wilden ze hem grijpen, maar niemand deed hem iets, omdat zijn tijd nog niet gekomen was. |