DONDERDAG 18 maart 2010

piëta
Het ignatiaanse gebed (2)

Volgens Ignatius zaait God de diepste en mooiste verlangens zelf in je hart. Dit maakt je juist tot beeld van God en zo kan zijn genade in jou werken. Daarom vraagt Ignatius dat, wanneer je bidt, je begint met de verlangens die bij jou op dat ogenblik leven, aan God te verwoorden. God herkent er zichzelf in en zal er dan ook iets mee doen. Ook Jezus vroeg voortdurend aan de mensen die naar Hem toekwamen: "Wat verlang je dat ik voor je doe?" Hij deed pas iets voor mensen, als zij hun verlangen uitgesproken hadden. Daarin lag immers heel hun vertrouwen en hun overgave.

Naar jezelf moeten al je vermogens op dezelfde golflengte gebracht worden, vooral je verstand en je hart, of je inzichten en je gevoelens. Soms liggen die ver uit elkaar? Ignatius stelde vast dat onze geveoelens op twee vlakken werken. Je hebt oppervlakkige gevoelens waar je niet op kunt rekenen omdat ze wispelturig en veranderlijk zijn. Daaronder zitten diepere gevoelens. Juist omdat ze te maken hebben met de vaste kern van je persoonlijkheid zijn deze wel constant. Dor hen voel je aan of de levenskeuze die je maakt, of de weg die je wilt gaan al dan niet de goede is, omdat ze wel of niet aansluiten bij die diepere kern. Zo kunnen ze een rationele beslissing bevestigen of ontkennen.

Wauthier de Mahieu, sj.
Exodus 32,7-14
7 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich.
8 Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’
9 De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is.
10 Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’
11 Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd?
12 Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen!
13 Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’
14 Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.
Johannes 5,31-47
31 Als ik nu over mezelf zou getuigen, dan was mijn verklaring niet betrouwbaar,
32 maar iemand anders getuigt over mij, en ik weet dat zijn verklaring over mij betrouwbaar is.
33 U hebt boden naar Johannes gestuurd en hij heeft een betrouwbaar getuigenis afgelegd.
34 Niet dat ik het getuigenis van een mens nodig heb, maar ik zeg dit om u te redden.
35 Johannes was een lamp die helder brandde, en u hebt zich een tijd in zijn licht verheugd.
36 Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden.
37 De Vader die mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien,
38 en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.
39 U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij,
40 maar bij mij wilt u niet komen om leven te ontvangen.
41 Niet dat de mensen mij moeten eren,
42 maar ik ken u: u hebt geen liefde voor God in u.
43 Ik ben gekomen namens mijn Vader, maar u accepteert mij niet, terwijl u iemand die namens zichzelf komt, wel zou accepteren.
44 Hoe zou u ooit tot geloof kunnen komen? Van elkaar wilt u wel eer ontvangen, maar u zoekt niet de eer die de enige God u kan geven.
45 U moet niet denken dat ik u bij de Vader zal aanklagen; Mozes, op wie u uw hoop hebt gevestigd, klaagt u aan.
46 Als u Mozes zou geloven, zou u ook mij geloven, hij heeft immers over mij geschreven.
47 Maar als u niet gelooft wat hij geschreven heeft, hoe zou u dan geloven wat ik zeg?’

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten