VRIJDAG 1 april 2011

De opstanding waar we in deze veertigdagentijd naartoe leven, de opstanding uit de dood, is ook opstand tegen verknechtende krachten, tegen onrecht, tegen het klein houden van mensen. Uittocht als volk, als gemeenschap. Daarom …
DAAROM
geloven wij in den Teyocoyani in het leven
en in de God van de armen,
die luistert naar het gejammer van zijn volk,
die er een liefdesverbond mee gesloten heeft
om het te bevrijden van elke onderdrukking;
geloven wij in Jezus van Nazareth,
die overgave was, dienstbaarheid,
die aan wie het recht op leven was ontzegd levensvolheid terugschonk.
Wij geloven in zijn project van liefde en rechtvaardigheid voor de armen;
geloven wij in de Geest die de werkers en werksters aan de basis bezielt
om getuigenis af te leggen van het evangelie
in de harde omstandigheden waarin ze moeten leven;
geloven wij in een Kerk, volk van God,
gemeenschap van gelijken,
van mannen en vrouwen die Jezus volgen
in dienstbaarheid aan het Koninkrijk.
Daarom...
schenken wij aandacht aan de realiteit waarin ons volk leeft
en laten wij ons erdoor aanspreken;
willen wij de menselijke persoon bevorderen in al zijn aspecten
terwijl we putten uit bezinning en vorming;
proberen wij de maatschappij waarvan we dromen
gestalte te geven vanuit het dagelijkse leven
en binnen onze ploeg, waar we de relaties versterken,
in dialoog, vergeving en solidariteit.

Credo van Teyocoyani, partnerorganisatie Broederlijk Delen in Nicaragua
Uit 'Adem halen. De wereld rond', p. 160.
Hosea 14,2-10
2 Keer terug, Israël, naar de HEER, je God! Door je eigen wandaden ben je ten val gekomen.
3 Kom met woorden van berouw en keer terug naar de HEER. Zeg tegen hem: ‘Vergeef ons al onze misdaden. Neem wat goed is van ons aan. Als offer brengen wij u oprechte woorden.
4 Onze redding verwachten we niet langer van Assyrië, op paarden en strijdwagens zullen wij niet meer vertrouwen, wat we zelf gemaakt hebben niet meer onze god noemen. Immers, bij u vindt een wees ontferming!’
5 Ik genees hen van hun ontrouw,
mijn hart gaat naar hen uit.
Mijn toorn heb ik laten varen.
6 Ik zal voor Israël zijn als de dauw.
Het zal bloeien als een lelie,
wortelen als een ceder op de Libanon;
7 zijn jonge loten zullen uitlopen.
Het zal als een prachtige olijfboom pronken
en geuren als de ceders op de Libanon.
8 Dan is het weer goed toeven in zijn schaduw,
er wordt weer koren verbouwd.
Het zal bloeien als een wijnstok,
befaamd zijn als de wijn van de Libanon.
9 Dan zegt Efraďm: ‘Wat heb ik nog met afgoden te maken?
Ik wil zijn liefde beantwoorden, mijn oog op hem richten.
Dan ben ik als een cipres, altijd groen;
het zijn uw vruchten die ik draag.’
10 Wie inzicht heeft doorgrondt deze woorden, wie wijs is neemt ze ter harte. Want de wegen van de HEER zijn recht: wie rechtvaardig is verlaat ze niet, maar wie zich verzet komt ten val.
Marcus 12,28b-34
28 Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’
29 Jezus antwoordde: ‘Het voornaamste is: “Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer;
30 heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.”
31 Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’
32 De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere God dan hij,
33 en hem liefhebben met heel ons hart en met heel ons inzicht en met heel onze kracht, en onze naaste liefhebben als onszelf betekent veel meer dan alle brandoffers en andere offers.’
34 Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten