DONDERDAG 31 maart 2011

Leid me, lief Licht,
door het duister rondom mij
wijs Gij de weg.
De nacht is donker en het huis is ver,
wijs Gij de weg.
Belicht mijn schreden. Nee, ik vraag U niet
de horizon te zien. Eén schrede is genoeg.

Zo was ik niet altijd, noch vroeg ik U
de ware weg.
Ik koos en vond hem zo graag zelf; maar nu
wijs Gij de weg.
Ik hield van schittering. Ondanks mijn vrees
dreef mij mijn trots. Gedenk die jaren niet.

Zo lang waart Gij mijn heil.
Ook nu toont Gij mij de weg.
Door hei en ven, langs rots en vloed,
tot weer de morgen gloort,
en mij 't gelaat der engelen tegenlacht,
een poosje mij ontgaan,
maar steeds geliefd gebleven.

John Henry Newman
Jeremia 7,23-28
23 Wat ik hun geboden heb, is dit: “Wees mij gehoorzaam, dan zal ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn. Volg steeds de weg die ik jullie wijs, daar zullen jullie wél bij varen.”
24 Maar ze luisterden niet naar mij, ze hebben mij niet gehoorzaamd. Ze volgden hun eigen plannen en lieten zich leiden door hun koppig en boosaardig hart. In plaats van mij te volgen, keerden ze zich van mij af.
25 Vanaf de dag dat jullie voorouders uit Egypte wegtrokken tot op de dag van vandaag heb ik telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden.
26 Maar niemand die naar mij luisterde, niemand die mij gehoorzaamde. Jullie zijn nog halsstarriger dan jullie voorouders.
27 Als je dit alles tegen hen zegt, zullen ze niet naar je luisteren; als je hen roept, zullen ze niet antwoorden.
28 Zeg dan tegen hen: Hier is nu een volk dat niet heeft geluisterd naar de HEER, zijn God, en dat zich niet heeft laten terechtwijzen. Oprechte woorden komen niet meer over hun lippen.
Lucas 11,14-23
14 Hij dreef een demon uit die niet kon spreken. Toen de demon verdreven was, begon de stomme te spreken en de mensenmenigte stond verbaasd.
15 Maar enkelen van hen zeiden: ‘Dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen, kan hij demonen uitdrijven.’
16 Anderen verlangden van hem een teken uit de hemel om hem op de proef te stellen.
17 Maar hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in.
18 Als ook Satan innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat ik dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf!
19 Als ik inderdaad dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn!
20 Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.
21 Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn domein bewaakt, dan zijn zijn bezittingen veilig.
22 Maar zo gauw iemand die sterker is hem aanvalt en hem overwint, dan neemt die sterkere hem de wapenrusting waarop hij vertrouwde af en verdeelt hij de buit.
23 Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen.

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten