VRIJDAG 25 maart 2011

toeareg
UW VERBOND
God van ons hart, Gij hebt ons verbonden eens en vooral op leven en dood:
Uw leven deelt Gij met ons en onze dood is Uw zorg.
God van ons hart, blijf ons vasthouden als wij U dreigen los te laten,
blijf ons aanvuren als wij de moed verliezen:
dat wij ons staande kunnen houden als bondgenoten van U, zo betrouwbaar als Gij.
Maak ons tot bondgenoten van elkaar: dat we van onze verschillen geen geschillen maken,
maar ons verheugen in onze verscheidenheid, bereid zijn van elkaar te leren en samen te zoeken naar wat er nu te doen is.
Maak ons tot bondgenoten van hen die niets of niemand hebben:
dat wij instaan en opkomen voor iedere mens, veraf en nabij, die het slachtoffer is van onze macht en rijkdom.
Maak ons tot bondgenoten van alles wat stemloos is in Uw schepping:
dat wij eerbiedig en zorgvuldig omgaan met wat in Uw verbond is opgenomen,
de aarde die wij bewonen, de lucht die wij inademen, het water dat ons van dienst is,
het groen dat de aarde siert, de dieren die onze lotgenoten zijn,
zusters en broeders in Uw verbond en niet onze bezittingen.

Uit 'Adem halen. De wereld rond', p. 87.
1petrus 5
1 Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u:
2 Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
3 Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld.
4 Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt.
Mattheus 16
13 Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’
14 Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’
15 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’
16 ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God,’ antwoordde Simon Petrus.
17 Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel.
18 En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.
19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten