ZONDAG 21 februari 2010

Heer God,
in de woestijn
spreekt U tot ons hart.

Daar waar bijna niets is,
waar we arm zijn
zoals op de dag van onze geboorte,
daar bent U dichtbij

Daar mogen wij van U horen:
"Ik zet mijn boog in de wolken,"
Ik sluit een verbond met jou!"
Nooit laat U ons aan ons lot over
als wij beproefd worden.

Laat ons in de woestijn
samen met Jezus zijn:
Hij zal in ons de kracht worden
die ons leidt op onze weg naar U.

En plant in ons uw woord
zoals U dat bij Jezus deed,
maak dat wij in alles
wat wij doen en laten
aan de wereld verkondigen:
"Het Rijk Gods is nabij;
bekeer je, en geloof
in de blijde boodschap!"

ill.Johanna Dupont
tekst Iny Driesen
Deuteronomium 26
4 Als de priester de mand in ontvangst heeft genomen en die voor het altaar van de HEER, uw God, heeft neergezet,
5 moet u het volgende voor de HEER belijden: ‘Mijn vader was een zwervende Arameeër. Hij trok naar Egypte en woonde daar als vreemdeling met een handvol mensen, maar ze groeiden uit tot een zeer groot en machtig volk.
6 De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen: ze onderdrukten ons en dwongen ons tot slavenarbeid.
7 Toen klaagden we de HEER, de God van onze voorouders, onze nood. Hij hoorde ons hulpgeroep en zag ons ellendig slavenbestaan.
8 En de HEER bevrijdde ons uit Egypte, met sterke hand en opgeheven arm, op angstaanjagende wijze, met tekenen en wonderen.
9 Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land, dat overvloeit van melk en honing.
10 HEER, hierbij breng ik u de eerste opbrengst van het land dat u me gegeven hebt.’ Bied de HEER, uw God, zo uw gaven aan en kniel voor hem neer.
Lucas 4
1-2 Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, waar hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger.
3 De duivel zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’
4 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’
5 Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien.
6 De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil;
7 als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’
8 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’
9 De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden.
10 Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om over u te waken.”
11 En ook: “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’
12 Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’
13 Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.
De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten