![]() |
Psalm 8 2 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. U die aan de hemel uw luister toont – 3 met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken. 4 Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, 5 wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet? 6 U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, 7 hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd: 8 schapen, geiten, al het vee, en ook de dieren van het veld, 9 de vogels aan de hemel, de vissen in de zee en alles wat trekt over de wegen der zeeën. 10 HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde. Hilde Van Sumere genesis I "in den beginne" |
| Jesaja 58,9b-14 9b Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, 10 wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur. 11 De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt. 12 Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. 13 Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, 14 dan vind je vreugde in de HEER. Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven. De HEER heeft gesproken! |
Lucas 5, 27-32 27 Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’ 28 Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. 29 Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren. 30 De Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ 31 Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; 32 ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’ |