VRIJDAG 11 maart 2011
Heer,

Maak mij een instrument
van uw vrede,
Laat me liefde brengen waar haat heerst,
laat me vergeven wie in onmin leven,
laat me geloof bregen aan wie twijfelt,
laat me waarheid brengen
aan wie dwaalt,
laat me hoop brengen aan wie wanhoopt,
laat me licht brengen aan wie
in duisternis leeft,
laat me vreugde brengen aan wie
bedroefd is.

Laat me niet zozeer zoeken
getroost te worden maar te troosten,
laat me niet zozeer zoeken
begrepen te worden maar te begrijpen,
laat me niet zozeer zoeken
bemind te worden maar te beminnen.

Franciscus van Assisi
Jesaja 58,1-9a
1 Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn.
Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.
2 Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat ik wil,
zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt.
En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid.
3 ‘Waarom ziet u niet dat wij vasten, en merkt u niet op dat wij ons onthouden?’
Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen,
4 omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan.
Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.
5 Zou dat het vasten zijn dat ik verkies? Is dat een dag van onthouding:
dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof?
Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de HEER behaagt?
6 Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken,
de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken?
7 Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis,
iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
8 Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen.
Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede.
9 Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ ’
Mattheus 9,14-15
14 Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
15 Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten