ZONDAG 4 april 2010

Het graf is leeg!

Jezus is verrezen!
Een geheim,
veel groter dan ons hart kan bevatten.
Christus leeft!
Vanaf nu kan Hij ook leven
in ieder van ons
-een even groot geheim.
Vader, wij danken U,
wij jubelen van vreugde
om wat U hebt bewerkt
toen U Jezus
uit de dood hebt geroepen.
Niet langer heerst de dood in ons,
maar het leven!
Niet langer de angst en de wanhoop,
maar het vertrouwen en de hoop!
U bent
een God van het nieuwe begin,
een God van leven en liefde.
Maak ook ons nieuw!

Zo zullen wij ook bij U zijn
tot op de laatste dag.

ill.Johanna Dupont
tekst Iny Driesen
Handelingen 10
34 Daarop nam Petrus het woord en zei:
37 U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep,
38 Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond hem bij.
39 Wij zijn de getuigen van alles wat hij gedaan heeft, in het land van de Joden en ook in Jeruzalem. Zeker, ze hebben hem gedood door hem aan een kruishout te hangen,
40 maar God heeft hem op de derde dag weer tot leven gewekt en hem aan de mensen laten verschijnen,
41 niet aan het hele volk, maar aan enkele getuigen die daartoe door God waren aangewezen, aan ons namelijk, die samen met hem gegeten en gedronken hebben nadat hij uit de dood was opgestaan.
42 Hij heeft ons opgedragen daarvan getuigenis af te leggen en aan het volk bekend te maken dat hij het is die door God is aangesteld als rechter over de levenden en de doden.
43 Van hem getuigen alle profeten dat iedereen die in hem gelooft door zijn naam vergeving van zonden krijgt.’
Johannes 20,1-9
1 Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald.
2 Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’
3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf.
4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf.
5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen.
6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken,
7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek.
8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde.
9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan.
De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten