ZONDAG 28 maart 2010

Heer jezus,
U gaat de week van uw lijden binnen.

Wij staan machteloos,
we hebben geen woorden
om U te troosten.

Misschien hebben we wel gebaren,
heel klein en eenvoudig
zoals de vrouw
die uw hoofd zalfde met nardusolie.

Zij heeft gedaan
wat in haar macht was.

Zoveel liefde spreekt
uit dit ene gebaar,
zoveel verlangen
o midden in uw pijn
toch dicht bij U te zijn.

Wij smeken uw Vader
om een hart dat stand houdt
wanneer wij U leren kennen
als gebroken brood,
als de gekruisigde Liefde.

Alles moeten wij toch van U ontvangen,
Geef ons dan nardus
zodat we U nabij kunnen blijven
in de minsten van uw broeders
en zusters die door het lijden gaan.

Zo zullen wij ook bij U zijn
tot op de laatste dag.

ill.Johanna Dupont
tekst Iny Driesen
Jesaja 50
4 God, de HEER, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze kan opbeuren. Elke ochtend wekt hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen.
5 God, de HEER, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd.
6 Ik heb mijn rug blootgesteld aan mijn folteraars, wie mij de baard uittrokken, bood ik mijn wangen aan. Ik heb mijn gezicht niet verborgen toen ze mij beschimpten en bespuwden.
7 God, de HEER, zal mij helpen, daarom word ik niet gekwetst en is mijn gezicht zo onbewogen als een rots, want ik weet dat ik niet beschaamd zal staan.
Lucas 22
14 Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd.
15 Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt.
16 Want ik zeg jullie: ik zal geen pesachmaal meer eten voordat het zijn vervulling heeft gevonden in het koninkrijk van God.’
17 Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door.
18 Want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’
19 En hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’
20 Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt.
21 Maar weet wel dat degene die mij zal uitleveren samen met mij aan deze tafel aanligt.
22 Want de Mensenzoon moet heengaan zoals het voor hem bepaald is, maar wee de mens die hem zal uitleveren.’
23 Ze vroegen zich onder elkaar af wie van hen zoiets zou kunnen doen.
56 Een dienstmeisje zag hem bij het vuur zitten, keek hem strak aan en zei: ‘Die man hoorde er ook bij!’
De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten