ZATERDAG 27 maart 2010

Hilde Van Sumere
genesis VI
"leven van vogels en vissen"
Psalm 51

3 Wees mij genadig, God, in uw trouw,
u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet,
4 was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

5 Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust,
6 tegen u, tegen u alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.

Laat uw uitspraak rechtvaardig zijn
en uw oordeel zuiver.
7 Ik was al schuldig toen ik werd geboren,
al zondig toen mijn moeder mij ontving,
8 maar u wilt dat waarheid mij vervult,
u leert mij wijsheid, diep in mijn hart.

9 Neem met majoraan mijn zonden weg en ik word rein,
was mij en ik word witter dan sneeuw.
10 Laat mij vreugde en blijdschap horen:
u hebt mij gebroken, laat mij ook juichen.
11 Sluit uw ogen voor mijn zonden
en doe heel mijn schuld teniet.

12 Schep, o God, een zuiver hart in mij,
vernieuw mijn geest, maak mij standvastig,
13 verban mij niet uit uw nabijheid,
neem uw heilige geest niet van mij weg.
14 Red mij, geef mij de vreugde van vroeger,
de kracht van een sterke geest.
2Samuël 7
4 Maar diezelfde nacht richtte de HEER zich tot Natan:
12 Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te ruste gaat, zal ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken.
13 Hij zal een huis bouwen voor mijn naam, en ik zal ervoor zorgen dat zijn troon nooit wankelt.
14 Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon
16 Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.”’
Lucas 2
41 Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem.
42 Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht.
43 Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders
44 In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken.
45 Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken.
46 Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde.
47 Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden.
48 Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’
49 Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’
50 Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei.
51 Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam.
De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten