![]() Hans Vandekerckhove the well |
Zilver Op een dag kwam een rijke, maar gierige jood bij een rabbi. De rabbi brcht hem naar het raam en zei: "Kijk naar buiten en vertel me wat je ziet". "Mensen" antwoordde de rijke man. Toen zette de rabbi hem voor een spiegel en vroeg:"Wat zie je nu?". "Ik zie mezelf" was het antwoord. Toen sprak de rabbi: "Zeidaar, in het raam zit glas en in de spiegel zit glas. Maar het glas van de spiegel is met een laagje zilver bedekt. Zodra er maar een beetje zilver aan te pas komt, houd je op naar andere mensen te zien en zie je alleen maar jezelf". |
| Jeremia 20,10-13 10 Want de mensen bauwen mij na: “Overal paniek! Overal paniek! Roep het, dan vertellen wij het verder.” Al mijn vrienden zijn uit op mijn val: “Misschien laat hij zich verleiden, dan krijgen wij hem in onze greep, dan wreken wij ons op hem.” 11 Maar de HEER staat mij ter zijde als een machtig krijgsman. Daarom komen mijn belagers ten val, ze krijgen mij niet in hun greep. Ze zullen diep worden beschaamd, ze zullen hun doel niet bereiken. Ze worden overladen met eeuwige schande, nooit zal die worden vergeten. 12 HEER van de hemelse machten, die alles rechtvaardig onderzoekt, die hart en nieren doorgrondt, laat mij zien dat u zich op hen wreekt. U leg ik mijn zaak voor. 13 Zing voor de HEER, loof de HEER, want hij heeft het leven van de arme uit de handen van boosdoeners gered. |
Johannes 10,31-42 31 Toen de Joden weer stenen opraapten omdat ze hem wilden stenigen, 32 zei Jezus: ‘Ik heb door de Vader veel goeds voor u gedaan; waarom wilt u me stenigen?’ 33 ‘Voor een goede daad zullen we u niet stenigen,’ antwoordden ze, ‘maar wel voor godslastering: u bent een mens, maar u beweert dat u God bent!’ 34 Jezus zei: ‘Staat er in uw wet niet geschreven: “Ik heb gezegd: ‘U bent goden’”? 35 De Schrift blijft altijd van kracht; als mensen tot wie God spreekt goden genoemd worden, 36 hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer ik zeg dat ik Gods Zoon ben? 37 Als wat ik doe niet van mijn Vader komt, geloof me dan niet, 38 maar als dat wel het geval is en u gelooft me toch niet, geloof dan tenminste wat ik doe. Dan zult u begrijpen dat de Vader in mij is en dat ik in de Vader ben.’ 39 En weer wilden ze hem grijpen, maar hij ontsnapte. 40 Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij. 41 Veel mensen kwamen naar hem toe; ze zeiden: ‘Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.’ 42 En velen kwamen daar tot geloof in hem. |