DONDERDAG 14 april 2011

Het ignatiaanse gebed (3)

Mens met lichaam en geest
Als mijn gebed gericht is op mijn leven, met al de beslissingen die ik constant moet maken dan moeten mijn gevoelens er wel deel van uitmaken. De Geest van God spreekt soms sterker in mij door dat juiste aanvoelen dan via een goed opgebouwde redenering.

Dit is het grote verschil tussen het ignatiaanse gebed en andere gebedsvormen die tegenwoordig 'in' zijn, en die eerder een oosters tintje hebben. Deze laatste worden apofatisch genoemd omdat ze de nadruk leggen op de noodzaak om alle gevoelens tot zwijgen te brengen, ons hart en ons hoofd leeg te maken en te houden, en alles wat met het concrete leven te maken heeft, los te laten. In die leegte kan men tot rust komen - een voorsmaak van het nirwana. Of men kan die leegte stilaan opvullen met een mantra, een gebedsformule die voortdurend herhaald wordt. Tegenover het apofatische gebed staat het katafatische dat de wereld en het eigen leven meeneemt in het bidden.
Voor Ignatius is 'n mens, met zijn leven en al wat het insluit, één. Het is als een volwaardige mens, met lichaam en geest, met verstand en gevoelens, met mooie en minder mooie kanten, met heel mijn levensgeschiedenis, de mooie en slechte momenten, met mijn gebrokenheid en met wat ik in mezelf als verdeeldheid ervaar, dat bid ik tot God. Dit is trouwens de grte les van de psalmen. En het 'helend' antwoord van God, dat Hij ons vooral in Jezus gaf, bestond er op de eerste plaats in de mens weer 'heel' te maken.

Waarom Ignatius er bij zijn volgelingen op aandrong om het levensgebed steeds te behouden, als men geen tijd had om langdurig te bidden, is nu wellicht duidelijk. Het maakt ook duidelijk dat ons concreet handelen bidden is, als het eruit voortvloeit en erdoor gedragen wordt.

Wauthier de Mahieu, sj.
Genesis 17,3-9
3 Abram boog zich diep neer en God sprak: 4 ‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. 5 Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. 6 Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. 7 Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. 8 Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’ 9 Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie.
Johannes 8,51-59
51 Waarachtig, ik verzeker u: als iemand mijn woord bewaart zal hij de dood nooit zien.’ 52 Toen zeiden de Joden: ‘Nu weten we zeker dat u bezeten bent! Abraham is gestorven, en de profeten ook, en u zegt: “Wie mijn woord bewaart zal de dood nooit proeven”! 53 Bent u soms meer dan onze vader Abraham, die gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Wie denkt u wel dat u bent?’ 54 Jezus antwoordde: ‘Wanneer ik mezelf zou eren, zou mijn eer niets betekenen, maar het is de Vader die mij eert, de Vader van wie u zegt dat hij onze God is, 55 hoewel u hem niet kent. Ik ken hem. Als ik zou zeggen dat ik hem niet ken, zou ik een leugenaar zijn, net als u. Maar ik ken hem wel, en ik bewaar zijn woord. 56 Abraham, uw vader, verheugde zich op mijn komst, en toen hij die meemaakte was hij blij.’ 57 De Joden zeiden: ‘U bent nog geen vijftig en u zou Abraham gezien hebben?’ 58 ‘Waarachtig, ik verzeker u,’ antwoordde Jezus, ‘van voordat Abraham er was, ben ik er.’ 59 Toen raapten ze stenen op om naar hem te gooien. Maar Jezus wist onopgemerkt uit de tempel te ontkomen.

De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten