ZONDAG 10 april 2011

Vader,
leg uw wet in ons binnenste,
U bent toch onze God,
wij zijn uw volk.

Leer ons vertrouwen
in de weg van de graankorrel
die in de aarde moet vallen
om leven voort te brengen.

Leer ons vertrouwen in Jezus
die deze weg is gegaan,
die ons allemaal
naar zich toe wil trekken
opdat ook wij
leven zouden geven.

En als het moeilijk wordt, Vader,
als we angstig en bedroefd zijn
zoals Jezus in die laatste dagen,
geef ons dan het geloof
dat U in staat bent
midden in duisternis en dood
het leven op te wekken.

ill.Johanna Dupont
tekst Iny Driesen
Jesaja 43
16 Dit zegt de HEER, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren,
17 die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars – daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd.
18 Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten.
19 Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het – heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis.
20 De wilde dieren zullen mij eer bewijzen, de jakhalzen en de struisvogels, omdat ik water schep in de woestijn en rivieren in de wildernis; het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken.
21 Dit is het volk dat ik mij gevormd heb, het zal mijn lof verkondigen.
Johannes 8
1 Jezus ging naar de Olijfberg, 2 en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht.
3 Toen brachten de schriftgeleerden en de farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en
4 zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde.
5 Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’
6 Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond.
7 Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’
8 Hij bukte zich weer en schreef op de grond. 9 Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond.
10 Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’
11 ‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’
De bijbelteksten zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,© Nederlands Bijbelgenootschap, Haarlem, 2004.
gedachte van de dag van Taizé terug naar vasten