![]() Veertigdagenzang T.:Adri Bosch M.:Ik wil mij gaan vertroosten, Antwerpen 1539 |
Hoe zullen wij ooit leven vanuit hernieuwd geloof en metterdaad beleven waartoe wij zijn gedoopt, zodat de hoop kan dagen, het licht van Christus wenkt en Hij als levend water de wereld groeikracht schenkt? In de woestijn niet prijken met macht en majesteit en daarvoor nooit bezwijken: er komt een nieuwe tijd; het onrecht en het lijden, de honger totterdood, God zelf zal die bestrijden, zijn woord is levend brood. Hoog op de berg voor even, niet eeuwig en voorgoed, omdat wie echt wil leven altijd weer verder moet; op ongebaande wegen gaan naar Jeruzalem, er wacht ons milde zegen, wij gaan de weg met Hem. Diep in ons hart bewaren, dat God het water schiep en iedereen op aarde tot zielsverkwikking riep; |
Gods woord is als dat water een bron voor alleman en wie het drinkt, dat water, die wordt er beter van. Diep in ons hart bewaren dat God zei: ‘Er zij licht'; en iedereen op aarde mag, zelfs met ogen dicht, Hem als de God belijden die nachten doet vergaan, en ons te allen tijde, in zonlicht wil zien staan. Diep in ons hart bewaren, dat God de mensen schiep en hen op onze aarde tot lustig leven riep. Wat ook mag tegenstreven, wacht trouw de toekomst af: de doden zullen leven en komen uit hun graf. Zo zullen wij gestand doen waartoe wij zijn gedoopt, verspreidend in den lande het vuur van het geloof: nieuw leven niet te stuiten, door God in gang gezet, breekt jubelend naar buiten in liefde, onze wet. |