VEERTIGDAGENTIJD 2005

Veertigdagenzang
T.:Adri Bosch
M.:Ik wil mij gaan vertroosten, Antwerpen 1539
Hoe zullen wij ooit leven
vanuit hernieuwd geloof
en metterdaad beleven
waartoe wij zijn gedoopt,
zodat de hoop kan dagen,
het licht van Christus wenkt
en Hij als levend water
de wereld groeikracht schenkt?

In de woestijn niet prijken
met macht en majesteit
en daarvoor nooit bezwijken:
er komt een nieuwe tijd;
het onrecht en het lijden,
de honger totterdood,
God zelf zal die bestrijden,
zijn woord is levend brood.

Hoog op de berg voor even,
niet eeuwig en voorgoed,
omdat wie echt wil leven
altijd weer verder moet;
op ongebaande wegen
gaan naar Jeruzalem,
er wacht ons milde zegen,
wij gaan de weg met Hem.

Diep in ons hart bewaren,
dat God het water schiep
en iedereen op aarde
tot zielsverkwikking riep;
Gods woord is als dat water
een bron voor alleman
en wie het drinkt, dat water,
die wordt er beter van.

Diep in ons hart bewaren
dat God zei: ‘Er zij licht';
en iedereen op aarde mag,
zelfs met ogen dicht,
Hem als de God belijden
die nachten doet vergaan,
en ons te allen tijde,
in zonlicht wil zien staan.

Diep in ons hart bewaren,
dat God de mensen schiep
en hen op onze aarde
tot lustig leven riep.
Wat ook mag tegenstreven,
wacht trouw de toekomst af:
de doden zullen leven
en komen uit hun graf.

Zo zullen wij gestand doen
waartoe wij zijn gedoopt,
verspreidend in den lande
het vuur van het geloof:
nieuw leven niet te stuiten,
door God in gang gezet,
breekt jubelend naar buiten
in liefde, onze wet.