Sint-Maartenskerkhof

Allerheiligen/Allerzielen : kerkhoven

Bloemen op het ‘nieuw kerkhof’ op het hoge. Het eerste kerkhof lag echter naast de kerk, toen nog de enige parochiekerk van Kortrijk, zoals blijkt uit deze bijdragen in de stadskrant van november 2013:

Sint-Maartenskerkhof
In 1315 verschijnt de benaming I’n atrio ecclesie beati Martini’. In 1352 volgt dan ‘Sente Martins kerckhove’. In de 16 eeuw was er nog even sprake van het ‘Blendekenskerkhof’. Het Maertenskerkhof lag zowel ten noorden als ten zuiden van de kerk. Alleen de noordkant heeft zijn naam behouden.
De laatste personen vonden er in 1784 hun definitieve rustplaats toen men de Magdalenakapel als begraafplaats inrichtte.
In 1807 vatte men het plan op om het kerkhof te ontruimen. In 1853 volgde de aanleg van de trottoirs. In 1859 verlaagde men het pleintje. Om het stilstaand water te laten afvloeien legde men een ondergronds riool aan. Nu is het Sint-Maartenskerkhof een sfeervol plein dat het decor vormt voor ondermeer de zomermarkten.
Een merkwaardig figuur op het middeleeuwse Sint-Maartenskerkhof was ongetwijfeld Mijnkin van Kortrijk. Deze vrouw slaagde er maar niet in om iets anders te verteren dan de Heilge Hostie. Zij nam in februari 1445, toen ze al schrikbarend mager was, haar intrek in een huisje op het Sint-Maartenskerkhof. Zij woonde er tot oktober 1448 en at uitsluitend hosties, Reden genoeg voor haar stadsgenoten om haar te vereren. Deze devotie viel echter niet in goede aarde bij de bisschop, de hertog en de burgemeester. Uiteindelijk zette men Mijnkin uit haar woning en alles wat nog aan haar herinnerde of een devotie levendig had kunnen houden werd grondig verwijderd. Enkel in de Kortrijkse archieven vind je nog sporen van deze merkwaardige Kortrijkse vrouw.
SINT-MAARTEN
Het plein ontleent zijn naam aan Martinus van Tours, (ca 316-397) beter bekend als Sint-Maarten. Hij was bisschop van de Franse stad Tours en een belangrijke grondlegger van het katholieke christendom in Gallië. Hij mag zich van één van de populairste heiligen van de middeleeuwen noemen. Zijn feestdag valt op 11 november. Sint-Maarten was vroeger de datum waarop de oogst moest binnengehaald zijn en het vee op stal ging. Op die dag slachtte men ook de ganzen, Op 11 november stak men de grote Sint-Maartensvuren aan. Het Sint-Maartensfeest evolueerde tot een kinderfeest. Vooral in de streek rond Veurne en leper is dit het geval. Tijdens de vooravond van de naamdag, dus op 10 november, gaan de kinderen met een uitqeholde suikerbiet met een kaars erin, op stap, van deur tot deur, waarbij ze de bewoners om snoep vragen, ‘s Avonds staan er pannenkoeken op het menu. En op 11 november zelf krijgen de meeste kinderen nog meer lekkernijen en speelgoed, Op die manier neemt Sint-Maarten in bepaalde streken de taak van Sinterklaas over.

Sint-Janskerkhof 1947
Deze foto van Octaaf Debels toont de leden van het zangkoor Pro Ecciesia aan de grafzerk van de stichter Robert Soenen op het Sint-Janskerkof. De toenmalige ondervoorzitter Lucien Windels voert het woord naar aanleiding van het 20-jarig bestaan van het koor. In 1886 maakte de stad plannen om een nieuw kerkhof aan te leggen, aangezien het oude Magdalenakerkhof met onoverkomelijke rioleringsproblemen kampte. Het terrein tussen de Meensesteenweg en de spoorlijn Kortrijk-leper, vroeger eigendom van de Burgerlijke Godshuizen (voorloper van het OCMW), kwam in aanmerking. Het Sint-Janskerkhof was operationeel vanaf 1 juni 1888. Op het kerkhof bevinden zich graven van enkele markante personen. Achteraan liggen de graven van 243 oorlogsslachtoffers, beheerd door de Commonwealth Graves Commission. Deze instantie onderhoudt ondermeer de Britse kerkhoven in de Westhoek. 32 slachtoffers sneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De rest vond de dood tijdens de Eerste Wereldoorlog. Opmerkelijk is dat er acht Chinese labourers begraven zijn. Groot-Brittannië had een overeenkomst afgesloten met China, waardoor een groot aantal Chinezen in Europa terecht kwamen om tijdens en vlak na WO l het vuile werk op te knappen. Acht onder hen vonden hun laatste rustplaats in Kortrijk. Op het Sint-Janskerkhof vind je nog de grafzerk van Broeder Isidoor. De laatste resten van deze populaire geestelijke bevinden zich echter in de zijkapel van de Sint-Antoniuskerk. Broeder lsidoor leed onder zijn oogziekte en kanker. Dat weerhield hem er niet van om vanuit het klooster en de Sint-Antoniuskerk van de paters Passionisten hulp te bieden aan de armen. Dat leverde hem de bijnaam Broeder Goed op. In volle oorlogstijd (1916) werd Broeder Isidoor begraven op het Sint-Janskerkhof. Al vlug deed het verhaal de ronde dat er aan zijn graf mirakels voordeden, wat een massa volk op de been bracht. Op 8 juni 1952 bracht men zijn stoffelijk overschot over naar de nieuw gebouwde grafkapel in de Passionistenkerk in Kortrijk. Dit ging gepaard met een ware volkstoeloop.
2013
Sinds 1888 heeft het kerkhof een ware metamorfose ondergaan. Het verouderde dienstgebouw maakte plaats voor een nieuw dienst- en ceremoniegebouw. Het nieuwe pand kreeg een centrale plaats in de vernieuwde groenzone tussen de Meensesteenweg en de huidige begraafplaats. De nieuwbouw bestaat uit een kleedkamer, een kantoor met ontvangstruimte, douches en een ceremoniegedeefte dat geschikt is voor alle godsdiensten. De lichtspleten creëren een intieme sfeer die niet enkel tot bezinning aanspoort, maar waardoor je ook waardig afscheid kan nemen van een dierbare. Verder legde men nog een vijver aan en een ceremonieel toegangspad. Oude grafstenen vormende bouwstenen van een lange bank.