Sint-Maarten in de kerk

SINT-MAARTEN IN DE KERK
In de Sint-Maartenskerk zijn er uiteraard veel afbeeldingen van Sint-Maarten. Per thema:

DE MANTELDELING

Boven het portaal aan de voorgevel beitelde de neogotische beeldhouwer Constant Devreese een ruiterbeeld met manteldeling in witsteen
In de doopkapel heeft meester steenhouwer Laureins Vandenberghe op één van de kraagstenen Sint-Maarten met de bedelaars afgebeeld. Het bewogen beeldhouwwerk in blauwsteen dateert van 1473. De polychromie is van Marcus Van Ghistel
De buitenzijde van het rechterzijluik (paneel 312 x 116 cm) van de Pinkstertriptiek geeft in grisaille de manteldeling van Martinus weer. Deze triptiek is het belangrijkste werk van Bernard De Rijckere en dateert van 1587. De kerkmeesters van de Sint-Maartenskerk betaalden met een deel van het geld dat koning Filips II aan de stad Kortrijk schonk om kerken en kloosters te herstellen na de godsdiensttroebelen. Op 26 augustus 1578 werd de Sint-Maartenskerk immers door de geuzen geteisterd. Schilderwerk van voor die woelige tijd is dan ook uiterst zeldzaam.
De ruiter Martinus die een aalmoes geeft aan een kreupele bedelaar is het centrale tafereel van het grote schilderij (187 x 365 cm) “De Sint-Maartenslegende” van de Kortrijkse schilder Jan De Coninck De ruiter Martinus die een aalmoes geeft, is in de iconografie eerder ongewoon, zelfs uitzonderlijk. Toch gaat het ook hier weer om de manteldeling, want een gebrekkige links van Martinus staat met de rode mantel in zijn hand. In de Vita Martini is de volgorde andersom: nadat hij alles weggeschonken had, deelde hij zelfs zijn eigen mantel. Een persoonlijke interpretatie van de schilder dus.
In felblauwe tonen en een vleugje warmrood gaf de Brugse glazenier Dobbelaere ditzelfde thema weer op het middenste raam van de hoofdabsis van de kerk. Sint-Maarten staat hier in gezelschap van Sint-Elooi en Sint-Amandus, respectievelijk op het linker- en rechterraam. Na de eerste wereldoorlog werden deze ramen door Peene-Delodder uit Brugge, opvolger van Dobbelaere, hersteld. Momenteel zitten zij praktisch volledig verborgen achter het neobarokke altaarretabel van 1966.
Niet alleen in vroegere eeuwen werden elementen uit de Vita Martini op liturgische gewaden geborduurd, ook op een stola van 1996 vinden we diezelfde gegevens terug in een sobere, 20ste-eeuwse vormgeving. In machinaal geborduurd lijnwerk realiseerde de firma Arte Grossé uit Brugge de manteldeling op een met lurex gouddraad ingeweven wollen stof.
Ook de voorkeur van de zilversmeden ging uit naar de mantelscène.
De ceremoniestaf met het beeldje van Sint-Maarten in gegoten zilver dateert van ca.1525. Het zilverwerk is niet gemerkt.
Eén van de medaillons op de hooggewelfde voet van de stralenmonstrans van J.B.LeNoir uit Ath(?), werk van 1697 , toont eveneens de manteldeling. Op de voet zijn verscheidene merktekens aangebracht, o.a. het meestermerk en een stadsmerk (Ath?). In 1735 verrijkte J.F.Van der Ghinste de monstrans met een diamantkrans
Ook de zilveren lessenaar op koper gemonteerd van Philip Desmit heeft een medaillon met de manteldeling op de voorkant. Het geheel, met bloemenguirlandes, een parellijst en cherubs versierd, is alleen met het meestermerk gemerkt.
Hetzelfde thema komt ook voor op het zilveren handschild van twee laudatenlantaarns tussen 1814 en 1831 gemaakt. De laudaten waren een afdeling van de Broederschap van het Allerheiligste Sacrament. Deze Broederschap werd in 1518 in de Sint-Maartenskerk gesticht. Het was een type religieuze vereniging die in het bisdom Brugge sterk verspreid was. De leden zetten zich in voor de verering van de eucharistie. Liturgische vieringen en processies wilden zij extra luister bezorgen, o.a. door het begeleiden van het sacrament met kaarslicht, liefst in kunstig bewerkte lantaarns.
MARTINUS ALS BISSCHOP

In 1939 beitelde de neogotische kunstenaar J.J.Lelan Sint-Maarten als bisschop in witsteen. Het werd een van zijn beste beelden en het is tussen de twee bogen van het kerkportaal geplaatst.
In een nis van de doopkapel staat een buste van Sint-Maarten uit lindehout met gepolychromeerd stucwerk. Dit anonieme beeldhouwwerk dateert van ca.1765.
Ook op de stola van 1996 komt Sint-Maarten als bisschop voor.
Dit zilveren borstbeeld is door P.F.Malfait gemaakt. Bisschop Martinus maakt met zijn rechterhand een zegenend gebaar, in zijn linkerhand draagt hij een vergulde kromstaf. Het beeld is gemerkt met het stadswapen, de decanaatsletter en het meesterwerk.
De Doornikse zilversmid J.Lefebvre maakte in 1742 een serie van zes kandelaars en een kruis als één geheel voor een hoofdaltaar. Vorm en ornamenten van de kandelaars zijn gelijk. De voorstellingen in de medaillons op de voet zijn verschillend. Deze Sint-Maarten-bisschop is er één van. Op de voet zijn o.a. het stad- en meesterwerk aangebracht.
De vroegbarokke preekstoel werd in 1665 door Charles Hurtrel gemaakt naar een ontwerp van Lucas de Steur uit Gent. Volgens het kerkarchief stellen de vier medailons op de achtkantige kuip Christus, Sint-Paulus, Sint-Pieter en Sint-Maarten voor. De eerste drie beantwoorden aan de klassieke iconografie. Het vierde medaillon vertoont geen enkel attribuut, noch iets karakteristieks dat naar Sint-Maarten verwijst. Het is echter zeer aannemelijk dat men op de preekstoel ook de patroonheilige, die bovendien een verkondiger was, voorstelt.
Rond 1900 werden de twee biechtstoelen uit de winterkapel in het gerenommeerd atelier van J.J.Lelan “Maison Saint-Augustin” uitgevoerd. Vier beeldjes, waaronder drie bisschoppen, verfraaien die kerkmeubels. Zou het onredelijk zijn te veronderstellen dat de ontwerper daarbij aan Sint-Maarten dacht? Sint-Elooi is aan zijn attributen herkenbaar, voor Sint-Maarten kunnen we slechts gissen.
De “Bisschopswijding van Sint-Maarten” wordt aan de Kortrijkse schilder Pieter van Moerkercke toegeschreven. Tegen de achtergrond van een gotische kerk zetten twee wijbischoppen Sint-Maarten de mijter op. Rechts en links van de heilige staan de figuren symmetrisch opgesteld.
Van 1885 tot 1887 zette de Gentse schilder Van Der Plaetsen o.a. op de muren van de winterkapel een stoet van heiligen neer. Ook Sint-Maarten kreeg in deze neogotische grisailles zijn plaats tussen andere gemijterden met kromstaf en kerkmodel als attribuut in de hand.
Net als op het glasraam in de hoofdabsis bevindt Sint-Maarten zich op het geschilderde glasraam in de winterkapel in het gezelschap van Sint-Elooi en Sint-Amandus. Onder de zegenende bisschop staat het Kortrijkse stadswapen afgebeeld.
BISSCHOP MARTINUS MET DE BEDELAAR

De oudste voorstelling van Sint-Maarten in de Sint-Maartenskerk is een eikenhouten beeld van de Kortrijkse beeldhouwer Louis Cammelin. Het dateert van 1466. Hij stelt Maarten als bisschop voor, met mijter en staf en een open boek in de linkerhand. Met de rechterhand laat hij een geldstuk vallen in het schaaltje dat een kreupele bedelaar hem aanreikt. Een opening in de rug van de heilige laat vermoeden dat vroeger daar een relikwie zat. Vóór de Geuzentijd was dit gebruikelijk. De harde polychromie is van latere datum.
Het neogotische, gepolychromeerde beeld van bisschop Martinus werd in 1898 door J.J.Lelan gesneden. Waar het boek bij Cammelin open was, stelt Lelan het gesloten voor. Aan de voeten van Martinus kijkt een geknielde bedelaar met open, vragende hand vol vertrouwen naar hem op.
ANDERE THEMA’S

Het schilderij “Drie doden opgewekt door Sint-Maarten” van Jan Garemijn werd rond 1770 geschilderd en is barok geïnspireerd. Sulpicius Severus verhaalt twee dodenopwekkingen door Martinus als monnik en één als bisschop. Om de dramatische kracht te verhogen, laat Garemijn bisschop Martinus drie doden tegelijk tot nieuw leven komen.
De relikwie van Sint-Maarten: een stuk been wordt bewaard in een kastje van verguld zilver. Het geheel is gemonteerd op een trapeziumvormige plaat, versierd met bloemen en kunststenen. Het zilver is niet gemerkt. Relikwieën waren vooral in de middeleeuwen zeer geliefd, maar hebben ook vandaag nog een devotioneel aspect bewaard.
Voor meer details over Sint-Maarten, klik eens door naar
Dalmatieken
Het leven van Sint-Maarten