MANIĖRISME
Het maniėrisme kwam op in de tweede helft van de zeventiende eeuw.
De naam maniėrisme had in deze tijd een gunstige betekenis, namelijk zoiets als 'stijl'. Dat woord gebruiken wij op verschillende manieren, meestal met een nadere bepaling, zoals 'de stijl van Giotto', 'abstracte stijl' enzovoort. Voor latere geschiedkundigen gingen 'maniėra' en 'maniėrisme' meer gekunsteldheid en stilering inhouden.
Nog wat later werd het maniėrisme afgedaan als overdreven, zelfs als een teruggang van het 'klassieke' van de Hoog Renaissance.
In positieve zin werd na 1920 het maniėrisme gezien als een periode waarin de kunstenaar zijn eigen idee en de emotie een grotere rol gaf door bewust af te wijken en dat het overdrijven van het harmonische evenwicht van de Renaissance.
Enkele kenmerken van het maniėrisme zijn:
Het belangrijkste was het idee van de kunstenaar. Dit was belangrijker dan een natuurgetrouwe weergave.
Het perspectief klopt vaak niet met de werkelijkheid en ziet er vreemd en verwrongen uit.
Doordat vreemde en verwrongen perspectief hebben de afgebeelde figuren merkwaardig langgerekte lichamen, vingers, rompen en benen.
De composities zijn niet meer zoals in de Renaissance evenwichtig maar kenmerken zich onevenwichtige, onrustige bewegelijke composities, figuren bewegen zich over het gehele schilderij.
Men zocht naar speciale effecten door bijvoorbeeld een sterk licht-donker contrast. De kleuren die gebruikt werden waren scherp en bijtend.
Vaak een voorliefde voor moeilijke en ingewikkelde technieken en constructies. Oververfijnd en zeer gedetailleerd werden onderwerpen afgebeeld, elk takje legde sommige schilders vast.
In 1585 begon het late Hollandse maniėrisme in Haarlem. Dit late Maniėrisme werd indirekt in gang gezet door Bartholomaeus Spranger, een Vlaamse kunstenaar die omstreeks 1570 in Rome de Toscaanse Maniėristische schilders had gezien. Hij ontwikkelde een persoonlijke variant die uiterst virtuoos en gekunsteld was en die hij naar Holland bracht. Via Karel van Mander bereikte deze stijl Haarlemse schilders als Hendrick Goltzius en Cornelisz van Haarlem.