VAN MANDER Karel (Meulebeke 1548- Amsterdam 1606)
Klik op de naam voor een vergroting van de schilderij

Portret © Kaldenbach, Wapenschild, Vrouwelijk naakt, Schilder-boecksken


Bartolomeusnacht, 1574 © Palazzo Spada, Terni


Pan en Syrinx, 1580 © Uffizi Firenze


Marteldood Sint-Katharina
1582 © Sint-Maartenskerk, Kortrijk


De zondvloed © Frans Halsmuseum, Haarlem


Aktaon en Diana 1590 © Kunsthalle Bremen


Aanbidding van de herders 1598


Hoofse scène in paleistuin
(© 2003 Hermitage Petersburg)


De dans om het gouden kalf
1602 © Frans Halsmuseum, Haarlem


De onthouding van Scipio
© 2003 Rijksmuseum Amsterdam
Karel van Mander werd in 1548 in Meulebeke geboren uit adellijke ouders van wie hij de Franse voornaam Charles kreeg (maar gewoonlijk, fluistert zijn biograaf, noemde men hem Karel, omwille van de grotere 'lichtichet der uitspraak).Hij ging in de leer bij de Gentse schilder-dichter Lucas de Heere en later te Kortrijk en Doornik bij Peter Vlerick. Van grote invloed was zijn vierjarig verblijf in Italië vanaf 1573. Hij bezocht er eerst Florence. In Terni bestelde een graaf een fresco van de slachting van Sint-Bartolomeus-nacht, waarin de dood van Gaspard de Coligny in 1572 was voorgesteld. Drie secties van de fresco, gerestaureerd en gedeeltelijk overschilderd, bestaan nog in het Palazo Spada Terni. In Rome maakte hij kennis met Bartholomeus Spranger, de Vlaamse maniërist die furore maakte aan het hof van Rodolf II in Praag en werd een goede vriend van Gaspard Heuvick (15550-na 1590) van Oudenaarde die in Bari en elders werkte. In 1577 of kort daarna werkte van Mander in Basel; daarna trok hij naar Krems. Spranger moedigde hem aan naar Wenen te trekken, waar hij met Hans Mont aan een triomfboog op de Bauernmarkt werkte, opgericht ter gelegenheid van de intocht van Rudolf II in juli 1577. Hierna keerde van Mander via Nuerenberg naar Meulebeke terug. Door de godsdienststrijd en de opstand tegen Spanje zwierven an Mander en zijn familie, die Mennonieten waren, van stad naar stad: Brugge, Kortrijk en tenslotte Haarem, waar hij in 1583 berooid aankwam. Hij bracht er Goltzius en Van Haarlem in contact met de nabloei van de renaissance. Hun informeel samenzijn staat bekend als "De Haarlemse Academie". Daartoe worden ook uitvoerende graveurs, leerlingen en navolgers gerekend zoals Jacob Matham, Jacques de Gheyn II, Jan Muller en Jan Saenredam.
De al wat oudere van Mander was als schilder, tekenaar, dichter, toneelschrijver, theoreticus en kunsternaars biograaf de spil van dit illustere gezelschap. Ook Frans Hals zou er volgens de legende leerling zijn geweest. Hij maakte ontwerpen voor meer dan honderdzestig prenten, waaronder vier uitvoerige reeksen naar het Oude Testament. De Haarlemse Academie was maar een kort leven beschoren, van circa 1587 tot 1590.
Op aanraden van van Mander vertrok Goltzius naar Italië. Goltzius liet hem zijn leerlingen na, en die hadden aan de productieve van Mander hun handen vol. Naast geschiedenissen uit het Oude Testament bracht Karel van Mander de Metamorfosen van Ovidius in beeld, waarbij hij tevens het handelsmerk van de Academie gebruikte, de ronde tekening en dito prent. In een mum van tijd vlogen in Haarlem de prenten van de drukpers. De maniëristische composities worden bevolkt door sportschooljongens die zodanig overdreven zijn gespierd dat er een laatdunkende term voor bestaat: de "knollenstijl". De stijl was vlug uitgebloeid, maar leverde vooral in de schilderkunst niettemin prachtige resultaten op. Karel van Mander keerde terug naar de renaissancestijl, Goltzius werkte voort in Italiaanse trant. Van Mander stort zich op het schrijven van zijn Schilder-boeck waarvoor hij zich op het kasteel Marquette bij Heemskerk afzonderde. In het jaar van publicatie verhuisde hij naar Amsterdam, naar een huis in de buurt van het huidge Vlaams Cultureel Centrum. Twee jaar later, in 1606, stierf hij. Karel van Mander ligt begraven in de Oude Kerk in Amsterdam. Brederó wijdde een treurdicht aan 'Karel die Man der Mannen wel mocht heeten', en ook Vondel schreef in 1657 nog een eredicht.

We vinden werk van Van Mander terug in verschillende musea over de wereld:

Tuin der liefde (© Hermitage Petersburg)

Helena (© Kupferstichkabinett, Uni.Bochum)

De 4 elementen: vuur (© Kupferstichkabinett, Uni.Bochum)
© Hallstein