![]() |
Het koor werd gerestaureerd door arch.Croquison zonder respect voor grondplan noch overleveringen. Hij gebruikte hiervoor een menging
van vormen en versieringen uit het 1e en 3e tijdvak van de gotiek (bv. de pijlers en bovenmuren).
In het barokke retabel (Maurice Allaert 1965) is een koororgel ingebouwd (Loncke, 1968)
en het schilderij 'Kruisafneming' in Rubensiaanse stijl van J.Ykens (1673).
In tegenstelling tot de achterkant die wit geschilderd werd, is het koor in zijn neogotische kleuren gelaten en
enkel met zeepsop gekuist. Boven de retabel vinden we aanbiddingsengelen van Jan-Baptist Devree (1713) in witte marmer.
Als een lint rond het hoogkoor staan volgende toewijdingsspreuken en gebeden: S.Eligius consecrator hujus ecclesiae. S.Martinus patronus hujus ecclesiae Deus, qui conspicis quia ex nulla nostra virtute subsistimus, concede propitius ut intercessione beati Martini confessoris tui atque pontificis contra omnia adverso muniamur; amen Ave Maria gratia plena dominus tuum; benedicta tu in mulieribus et benedictus fructus ventri tui Jesu. Sancta Maria, mater dei, ora pro nobis peccatoribus nunc et in hora mortis nostrae. amen Jesu domine preces nostras ipsas in beati Eligii, confessoris tui atque pontificis, solemnitate deferimus et qui tibi digne meruit familiari eius intercedentibus meritus, ab omnibus nos absolve peccatis |
![]() |
Sinds februari 1967 hangt als retabelschilderij in het hoogkoor een
"Kruisafneming" (doek, 386 x 270 cm). Wie Rubens ontroerende "Kruisafneming" (1612)
uit de Antwerpse katedraal voor ogen heeft, ziet aanstonds de grote gelijkenis met
het Kortrijkse doek. Wij weten met zekerheid dat het schilderlij herkomstig is uit
het Kortrijkse kapucinessenklooster en dat in 1789 de nering van St.-Catharina
(linnenwevers) hiervoor aan de Sint-Maartenskerk 200 pond par. betaalde; het doek
was bestemd voor de weverskapel. Uit de rekening blijkt tevens dat het een werk is
geschilderd door den vermaerden meester Eijkens van Antwerpen. Hier wordt
hoogstwaarschijnlijk Jan Ykens (Antwerpen 1613- + na 10 nov. 1679) bedoeld, die voor
Menen een "St.-Vedastus" schilderde, wat bewijst dat hij in onze streek niet onbekend
was.
Jozef van Arimathea, Nicodemus en een knecht hebben het lichaam van het kruis
losgemaakt en er de lijkwade onder geschoven. St.-Jan torst het gewicht, terwijl de
benen tot op de schouder van Maria-Magdalena glijden. Maria, met gevouwen handen,
kijkt mee op naar het afzakkende lichaam. Links een kapucijn in verrukking en rechts
staan een kapucines en een engeltje met doornenkroon.
Het schilderij dateert waarschijnlijk van omstreeks 1644, toen de nieuwe kerk van de
kapucinessen voltooid werd.
Let op de zuilen van het koorgedeelte: het zijn monolieten, waarin groeven werden ingezaagd! |



zilveren staander
stamboom
naar Sint-Maartensparochie
terug naar Sint-Maartenskerk