![]() |
Jacobus zoon van de Galilese visser Zebedeüs; zijn moeder was waarschijnlijk Salome. Hij was een van de eerst geroepen discipelen (Marc. 1:19–20) en behoorde met zijn broer Johannes de Apostel en met Petrus de Apostel tot de intiemste leerlingen van Jezus (zie bijv. Marc. 9:2; 14:33). Jezus gaf hem en zijn broer de bijnaam ‘Boanerges’ (= zonen van de donder, Marc. 3:17). Op bevel van koning Agrippa I werd hij ca. 44 n.C. ter dood gebracht. Volgens een vanaf de 7de eeuw nawijsbare, wijd verbreide, doch onhoudbare traditie zou hij in Spanje gepredikt hebben en daar gestorven zijn. Zijn gebeente zou in de 9de eeuw teruggevonden zijn te Santiago de Compostela, dat daarna tot in de 15de eeuw de drukst bezochte bedevaartplaats was van West-Europa. Hij is daardoor een van de meest vereerde volksheiligen van de middeleeuwen. Hij wordt uitgebeeld als pelgrim met staf, breedgerande hoed, reistas (op de hoed of op de mantel draagt hij een jakobsschelp, beurs en schelp), of als ‘matamoros’ (morendoder), te paard met harnas en zwaard. Feestdag in het Westen: 25 juli, in het Oosten: 30 april. © Encarta® - Encyclopedie. 1993-2002 Microsoft Corporation/Het Spectrum. | ![]() |
naar Sint-Maartensparochie
terug naar Sint-Maartenskerk