Iconografie glasramen

Iconografie van de glasramen van de Kortrijkse Sint-Maartenskerk (Els Pannecoucque)

Plattegrond van de kerk met aanduidinq van de glasramen
1. Bossenierskapel: Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hazelare ( Joseph Casier, 1900)
legenderaam (Belegering van Kortrijk in 1646)
2 Toewijding van Kortrijk aan Onze-Lievevrouw (Jozef Desmet, 1964) en processie door Kortrijk ter ere van OLV van Groeninge stadswapen van Kortrijk ramen 3 t.e.m. 6 (alle van Joseph Casier, ca 1900) zijn giften van Grootjuffrouw Hiers(Begijnhof van Kortrijk)
3. HH.Clemens Pontifex Maximus en Carolus Borromeus
4. HH.Begga en Elisabeth
5. HH.Cosmas en Damianus
6.Sancta Maria Mater Dei en H.Ludovicus Rex
7. Opdracht In de tempel en de val van Babylon( Camille Ganton-Defoin , 1931) met familiewapens Goethals-Mols cartouche
8. Maria
9. H.Amandus
10. H.Martinus
11. H.Eligius
12. Heilige familie
13. H.Jozef met pauselijk wapen van Leo XIII (pontificaat l878-1903)
14. HH. Thomas, Norbertus, Josua en Melchisedech
15. HH.Paulus, Ludovicus, Johannes en Fernandus
16. HH.Agatha, Begga, Martha en Lucia
17. HH. Barbara en Gudula
18. HH.Gertrudis en Celesta( alle ramen 18 van Henri Dobbelaere)
19. Bruiloft te Kana en Jezus leert in de tempel( Gust Ladon, 1905)
20. Bezoek van Maria aan Zacharia en Elisabeth en O.L.V.Boodschap (Gust.Ladon,1956)
21. H.Theresia van Lisieux(Camille Ganton-Defoin begin 20e eeuw?)

Inleiding
Met glasramen is vaak iets vreemds aan de hand. Onbewust spelen ze een hoofdrol in de sfeer van een kerk, maar over hun geschiedenis, laat staan hun iconografie, wordt doorgaans minder gesprokern. Slaat u er bij uw volgend lukraak bezoek aan een kerk maar eens de bezoekersfolder op na: meestal legt men u de verschillende kapellen uit, de preekstoel, de kerkschatten en enkele beeIden. Aan de glasramen loopt u vaak zonder uitleg voorbij.
In de Sint-Maartenskerk in Kortrijk was het tot nu toe helaas niet anders. De bezoekers kunnen de bouwgeschiedenis van de kerk volgen op een paneel aan de ingang en zich verbazen over de magistrale sacramentstoren en de verstilde eenvoud van het moderne hoofdaftaar. Ondertussen werpen de onbesproken glasramen uitbundige kleuren- schaduwen op de pilaren.
Toen ik informatie zocht omtrent deze ramen die het licht breken in eindeloze schakeringen, bleek die informatie even gefragmenteerd als de stukjes glas in het lood. Het werd het begin van een boeiende zoektocht, die tot op vandaag nog niet voltooid is. In de tekst die hierna volgt, krijgt u een korte inleiding op glasramen in het algemeen en de bijzondere relatie tussen glasramen en neogotiek voor onze regio in het bijzonder. In een volgende aflevering worden dan enkele glasramen in detail besproken. Hiermee hoop ik een nuttige handleiding te geven, zowel voor de bezoeker die de glasramen van de Sint Maartenskerk van dichtbij wil bekijken als voor de gids die de kerk bezoekt met een groep

Glasramen, van de middeleeuwen over de neogotiek tot vandaag
De meeste glasramen die we vandaag in Vlaamse kerken zien, dateren uit de 19 eeuw en zijn neogotisch. Dat was ooit wel anders. In onze streken kwamen met zekerheid al vanaf de elfde eeuw glasramen voor. Bij archeologische opgravingen in de crypte van de Sint-Eligiuskerk van Eine (bij Oudenaarde) werd het tot nu toe oudste fragment met een gezicht van België ontdekt. Het gaat om een stuk glasraam in grisaille, wat betekent: monochroom, met donkere verf geschilderd op een transparante achtergrond.
We weten (nog) niet of de kerk die de 13e eeuwse gotische Sint-Maartenskerk voorafging glasramen had, maar aangezien kerken meestal werden uitgerust met glasramen, is de kans vrij groot.

 

Pas vanaf de heropbouw van de kerk, na 1382, weten we met zekerheid dat er giasramen waren, omdat in de rekeningen, bewaard in het kerkarchief en stadsarchief, vermeldingen terug te vinden zijn over herstellingen. Die rekeningen blijven jammer genoeg vaag en zeggen heel weinig over de iconografie van de ramen. Een zékere Marcus van Ghistel kreeg in de 15e eeuw heel wat opdrachten om de kerk na de verwoestingen in 1382 verder te verfraaien.
Enkele van de rekeningen vermelden het maken, herstellen of onderhouden van de glasramen:
“Den zelven…van een paneele, dat ute ghewayt was, te vermakene (herstellen) an onse Vrauwe glasveinster” (1413-1415)
“Betaelt denzelven Maerc van IIII panneelen glasveinsters “ (1449)
“Betaelt Maerc … ende XII panden van glasveinstren vermaect (hersteld) ende inghestelt thebbene’ (1454-1455)
’.. ende de glasveinstre bij der tresorie. .al tglas nieuwe ghemaect -. “ (1457)’
Dergelijke fragmenten leveren dus het bewijs dat er glasramen waren, maar die hebben de opeenvolgende rampen die de kerk troffen, niet overleefd. Over de periode tussen de 15e eeuw en de neogotische glasramen heb ik nog niet veel informatie gevonden. Wellicht hebben de glasramen in de kerk te lijden gehad onder natuurlijke elementen (verweer, storm,…) en onder de algemene vernielingen in de 16e en 17de eeuw
We hebben wel enige info m.bt. de herstellingen na de brand van 1862. Dan verschijnt namelijk in het bestek, dat architect Carpentier opmaakte voor de totale herstelling van de Sint-Maartenskerk, een som van 2.784 frank om 232 vierkante meter ramen te herstellen (aan 12 frank per vierkante meter dus) op een totaal geraamde kost van 120.000 frank. Uit briefwisseling die rond de herstelling gevoerd werd, kunnen we afleiden dat een deel van het budget gebruikt zal worden om de 13e eeuwse glasramen te herstellen die zich bevinden “dans les bas côtés de I’église”. Er moeten dus nog oude ramen geweest zijn, maar die zijn alleszins verdwenen. Verder archiefonderzoek zal wellicht meer kunnen vertellen: de ramen zouden wel eens vernield kunnen zijn tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vanaf de renaissance daalt over het algemeen de populariteit van glasramen. Ze worden niet meer en masse gemaakt en meer en meer gaan kunstenaars gewoon op het glas schilderen, waardoor het transparante effect van glas-inlood verdwijnt. Glasramen werden eerder “schilderijen op glas”, en lieten het licht nauwelijks nog door. Het is mogelijk dat ook de Sint-Maartenskerk dergelijke glasramen gehad heeft.
De ateliers die vanaf de 19e eeuw opnieuw glasramen wilden maken, stonden voor een grote uitdaging. Men moest op zoek gaan naar kennis en technieken die bijna verloren waren. Tegelijk probeerde men wat nog overbleef aan glasramen te restaureren, wat in die periode vaak tot harde restauraties heeft geleid. Een gelijkaardig verhaal treffen we aan bij de herwaardering van de panelen van de Vlaamse Primitieven, die in de 19e eeuw in erbarmelijke staat verkeerden, en vaak meer herschilderd dan gerestaureerd werden.

Glasramen en neogotiek: licht en kleur tot eer en glorie van God en Zijn Kerk
Op één na zijn de Kortrijkse glasramen puur neogotisch. Om de vormentaal van deze glasramen en de achtergrond van de ateliers goed te begrijpen, moeten we het toch even hebben over de neogotiek en over cle grote lijnen van de negentiende eeuw, waarin de neogotiek ontstond.
De negentiende eeuw stond, net als de twintigste overigens, in het teken van grote veranderingen met impact op wereldschaal. Klokken moeten exacter tikken dan ooit voorheen en steden moeten een standaarduur aannemen, want de trein, die aan ongekende snelheden over de nieuwe spoorlijnen raast, moet op tijd komen. Net voor de lieflijke impressionistische taferelen (voor het eerst in de kunstgeschiedenis geschilderd met synthetische verf) verschijnen de eerste schilderijen waarop fabrieken en rookpluimen in het landschap voorkomen. De komst van de fotografie zal de kunst bevrijden van het keurslijf van het figuratieve. In dit alles is het koninkrijk België een jonge, hongerige, kapitalistische en katholieke natie met groeiende sociale tegenstellingen. De echte middenklasse moet nog geboren worden.
Alhoewel officieel de scheiding tussen Kerk en Staat bij grondwet vast lag, beschouwde de Kerk het als haar missie om te blijven streven naar een harmonische standenmaatschappij, gebaseerd op christelijke waarden en het hoogste gezag bIj God en Zijn Kerk. De ultramontaanse strekking was fel gekant tegen de idealen van de Franse Revolutie, tegen het liberalisme en tegen de secularisering van de samenleving. In de geest van de romantiek, die met nostalgie terugkeek naar vervlogen tijden waarin alles per definitie glorieuzer was, werd geprobeerd om via de neogotische architectuur de grandeur van weleer terug op te roepen. Het bouwen en inrichten van kerken, kloosters en publieke ruimtes in neogotische stijl was een weloverwogen strategie om de samenleving hiërarchisch en katholiek te houden.
Om die neogotische droom te verwezenlijken waren er niet alleen veel fondsen nodig, maar ook ambachtslieden in de meest letterlijke zin van het woord: vaklieden die naar mode) kunnen tekenen, die een middeleeuwse tafel kunnen maken, die weten hoe je een glasraam in elkaar steekt. Maar waar vond men dit werkvolk? Waar konden deze vaklieden opgeleid worden? De klassieke kunstacademies waren ontstaan in de geest van de Verlichting, en hadden als doel leerlingen op te leiden tot “vrije kunstenaars”. In die academiën werden renaissance en classicisme vooropgesteld als dé te volgen voorbeelden. Van een echte “beroepsopleiding” was er nauwelijks sprake, laat staan van een grote interesse voor de gotiek.
Het zijn de Sint-Lucasscholen die vanaf 1866 die lacune in het onderwijs hebben opgevuld, door te voorzien in degelijke kunst- en ambachtsopleidingen, gericht op het werken in ateliers. Alhoewel je vandaag de dag gerust kan stellen dat de Sint-Lucasscholen gesteund werden met de uitdrukkelijke bedoeling de katholieke visie op de samenleving door te drukken, kunnen we toch niet voorbij gaan aan het feit dat deze scholen generaties arbeiderskinderen met talent hebben opgeleid, en zo een betere toekomst hebben gegeven. Eén van de succesvolle leerlingen uit dit programma was “Gust” Gustave Ladon, meester-glazenier in Gent, van wie we twee glasramen in de Kortrijkse Sint-Maartenskerk terugvinden. Gust werd in 1863 geboren in Gent, in een kroostrijk arbeidersgezin. Zijn vader was een arme wever uit Ooigem die de armoede op het platteland was ontvlucht in de hoop werk te vinden in de Gentse textielindustrie.
Samengevat kunnen we dus zeggen dat de uitgesproken christelijke iconografie en middeleeuwse vormentaal op de neogotische glasramen een vorm van “religieuze propaganda” was die de toegepaste kunsten voor een stuk beheerste in de negentiende eeuw. Dat gegeven heeft er, samen Met de geringe appreciatie voor “neo”stijlen, voor gezorgd dat neogotische toegepaste kunst lang als “tweederangs”, “ouderwets” of, erger nog, “waardeloos” werd beschouwd. De laatste decennia werd niet bepaald voorzichtig omgesprongen met dit erfgoed: het verhaal van de redding van het glasraam in de Bossenierskapel in de zuidelijke zijbeuk is er maar één voorbeeld van. De laatste jaren zien we echter een kentering: nu de afstand tot de ideologische context groter wordt én de neogotische voorwerpen stilaan als “antiek’ beschouwd worden, groeit opnieuw de interesse.

De Kortrijkse glasramen: op één modern raam na alle afkomstig uit neogotische topateliers
In totaal vinden we maar liefst 21 glasramen terug, afkomstig uit vijf ateliers. Vier van die vijf ateliers waren actief eind 19e-begin 20e eeuw en produceerden neogotische glasramen van topniveau:
atelier van Joseph Casier ( Gent):
-het glasraam in de Bossenierskapel
– vier glasrameri met heiligen tussen het zuidtransept en het koor
atelier van Camille Ganton-Defoin ( Gent):
– het glasraam “Stabat Mater” in het zuidelijk koorgedeelte
– het glasraam met de heilige Theresia van Lisieux in de noordelijke zijbeuk
atelier van Henri Dobbelaere ( Brugge):
– alle glasramen in het koorgedeefte (vier in totaal), behalve het “Stabat Mater”
– alle glasramen in de SintaAnnakapel (zeven in totaal)
atelier van Gustave Ladon ( Gent):
– het glasraam “Bruiloft van Kanaan”
– het glasraam “Maria Visitatie”, beide in de noordelijke zijbeuk
Eén atelier, dat van Jozef Desmet uit Brugge, vervaardigde het grote glasraam in het zuidtransept in de 20e eeuw.

De Kortrijkse glasramen: een les in heïligenlevens en Bijbelverhalen
De Sint-Maartenskerk was van oudsher de parochiekerk voor de Kortrijkzanen, dit in tegenstelling tot de OnzeLieve-Vrouwkerk die een kapittelkerk was en oorspronkelijk ontstond als kapel bij het grafelijk kasteel .
We bevinden ons hier dus in de kerk van de “gewone man”, die niet noodzakelijk vertrouwd was met grote theologische vraagstukken, en die voortdurend aan een deugdzaam en goed leven herinnerd moest worden door de aanblik van illustere voorbeelden zoals de heiligen. Laten we niet vergeten, dat de missen tot voor het Tweede Vaticaans Concilie in.het Latijn werden gevierd, en dat het analfabetisme onder de bevolking zeer groot was. Preken van op het preekgestoelte dateren pas vanaf de Contrareformatie eind 16e eeuw. Leg al die gegevens samen en het is méér dan waarschijnlijk dat de blikken van de gelovigen afdwaalden tijdens de misvieringen, die zich grotendeels achter het doksaal afspeelden. Maar waar ook de gelovige heen keek, hij kruiste altijd wel een beeld, schilderij of glasraam met de voorstelling van een heilige, zodat zijn gedachten ook hier terug bij het geloof konden blijven. De attributen en wat wij vandaag onder “iconografie” verstaan, moesten ervoor zorgen dat de ongeletterde gelovige de heilige meteen kon plaatsen en zich het levensverhaal van de heilige voor de geest kon halen.
Vandaag de dag zijn wij ook “ongeletterd”, in die zin dat wij de christelijke beeldentaal niet meer spontaan begrijpen. Godsdienstlessen op school leggen de nadruk op de kernwaarden van het geloof zonder de heiligenlevens nog te vermelden. Lessen kunstgeschiedenis gaan niet diep in op middeleeuwse iconografie. Wat voor een middeleeuwer een gekend verhaal was, verbonden aan belangrijke momenten in zijn leven waarbij hij de hulp van een heilige had afgesmeekt, is voor veel jongeren vandaag gewoon een afbeelding van “een man” of “een vrouw”, of “iets uit de Bijbel”. De beschrijvingen van de glasramen in deze tekst vertrekken vanuit de gedachte dat de kijker niet vertrouwd is met de christelijke iconografie. Elk zichtbaar detail probeer ik uit te leggen vanuit de bredere culturele context.