K+L 18 : Ziekenzalving

MISVATTINGEN EN ONDUIDELIJKHEDEN OVER DE ZIEKENZALVING  

De oorsprong van de ziekenzalving

Volgens het geloof en de leer van de katholieke Kerk is de ziekenzalving een van de zeven sacramenten van het Nieuwe Verbond die door Jezus Christus onze Heer zijn ingesteld. Zo lezen we in het evangelie volgens Marcus: “Ze dreven veel demonen uit, zalfden veel zieken met olie en genazen hen.” (6,13) en werd ook aanbevolen en uitdrukkelijk verkondigd in de brief van de apostel Jakobus: ‘Is iemand onder u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen; zij moeten een gebed over hem uitspreken en hem met olie zalven in de naam van de Heer. En het gelovig gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten. En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden.’ (Jak 5, 14-15).

 

Betekent ziekenzalving het naderende einde?

Voor het ontvangen van het sacrament van de ziekenzalving moet je niet terminaal ziek zijn. Tijdens het Tweede Vaticaans Concilie hebben de bisschoppen uitdrukkelijk besloten om niet meer te spreken over het ‘Laatste Oliesel’ (de zalving vlak voor de dood), maar over de zalving van de zieken: ‘Het sacrament is niet uitsluitend het sacrament van diegenen die in het uiterste levensgevaar verkeren.’

Ziekenzalving enkel als je ziek bent?

Aan ouder wordende mensen kan de ziekenzalving gegeven worden, ook als zij niet aan een gevaarlijke ziekte lijden, maar door de ouderdom sterk verzwakt zijn.

Door gewijde handen

De eigenlijke bedienaar van de ziekenzalving is – zoals bij alle sacramenten – Jezus Christus zelf. Door de zegening van de olie door de bisschop (tijdens de chrismamis in de Goede Week) en door de zalving van de priester met deze gezegende olie, wordt het sacrament aan de zieke toegediend. Alleen een priester kan deze ziekenzalving verrichten.

De zalving bij het levenseinde: het viaticum

Het viaticum of de teerspijze is de laatste heilige communie die aan een stervende bij de overgang van dit leven naar het andere leven wordt gegeven als voedsel op de weg naar God. Dit is het eigenlijke stervenssacrament. Het Lichaam en het Bloed van Christus zijn onderpand van de verrijzenis: ‘Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.’ (Joh. 6, 54) Alle gelovigen die in stervensgevaar verkeren en te communie kunnen gaan, worden geacht het viaticum te ontvangen.