K+L 08 : vasten L+even

NOG TWEE KANDIDAAT-VORMELINGEN

Matthias en Michiel 

VEERTIG DAGEN? 

Van Aswoensdag tot Pasen
Tel eens nauwgezet het aantal dagen op. Op hoeveel kom je? Juist: zesenveertig dagen. Inderdaad: de zes zondagen ertussenin zijn geen vastendagen. Op die zondagen kun je eens uitblazen, je eens laten gaan. De boog mag niet altijd gespannen staan. Veertig is in de Bijbel een heilig getal: denk aan Noach die veertig dagen na de zondvloed moest wachten. Mozes verbleef veertig dagen op de Sinaïberg voor de tien geboden. De Israëlieten trokken veertig jaar door de woestijn, enz.

Het islamitische vasten
We weten dat dit tijdens de ramadan plaatsvindt. De islamitische tijdrekening rekent in maanmaanden van 29,5 dagen zodat een jaar maar 354 dagen telt. De ramadan, die de negende maand is van het jaar, valt dus ieder jaar een elftal dagen vroeger. Het vasten en de soberheid blijven de kern ervan uitmaken. Het is ook een maand van solidariteit. Het islamitische vasten verwijst naar een grote gebeurtenis: de openbaring van de Koran aan Mohammed.

Askruisje
Er blijft niet veel over na een grote brand: een groot vuur legt alles in de as. Het is dus niet verwonderlijk dat as het teken is van sterfelijkheid en vergankelijkheid. Anderzijds heeft as ook een heilzame kracht. In primitieve culturen wasten de mensen zich zelfs met as. Ook bij ons was er een traditie om de stoppels van het koren in brand te steken voor de vruchtbaarheid van de grond. Zo heeft het askruisje ook een dubbele betekenis. 

Vergeet de L niet
Er was eens een oud vrouwtje dat zichzelf voorbijliep. Dat kan een ziekte zijn. Een monnik vertelde eens wat een bijzonder kenmerk is bij hen: ze leven volgens het ‘nu’. Het vrouwtje niet: als ze ’s morgens opstond, dacht ze aan ’s middags. Aan tafel was het weer: wat zal ik vanavond eten?. En ’s avonds in bed lag ze te piekeren over wat ze de volgende dag allemaal zou gaan doen. Op straat rende ze altijd heel hard. De mensen zeiden:‘ Die loopt zichzelf voorbij … Die daar vergeet te leven!’
Het vrouwtje sprak de hele tijd met zichzelf. Geen tijd om met anderen te praten. Ik moet nog even … Laat ik gauw eens even … Ik kan nog net even …

L+even
Een wijze dokter kwam dit vrouwtje met haar drukke bezigheden tegen en kon haar toch staande houden. ‘Beste mevrouw, ik weet wat u mankeert!’
‘Zeg het dan maar gauw, dokter, want ik moet vlug nog even …’
‘Daar heb je het weer: je bent altijd zo haastig. Je laat altijd de L liggen.’
‘Wat laat ik liggen?’
‘De L: zet de L altijd voor even. Dan ga je anders leven.’
‘Goed, dokter, ik zal dat doen.’ En weg was ze weer;
Thuis schrok ze ervan: ik moet nog l+even. Laat ik gauw eens l even. Ik kan nog net l+even. Ze plofte zich in de zetel: ik kan nog wel even … nog wel l+even!
Vanaf dat moment liep ze zichzelf niet meer voorbij. Ze bleef gewoon zichzelf. Heel rustig.
Een tip voor de vastentijd: neem je tijd om te leven, neem je tijd voor anderen.